Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 8 augustus 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:11611

werknemer/werkgever

Voorlopige voorziening schorsing concurrentiebeding wordt afgewezen nu vooruitlopend op de bodemprocedure niet kan worden vastgesteld dat de kantonrechter met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat concurrentiebeding in de bodemzaak zal vernietigen.

Feiten

Werknemer is sedert 1 februari 2001 in dienst van werkgever en werkzaam als verkoper particuliere binnendienst. Partijen zijn een geheimhoudings-, concurrentie- en relatiebeding overeengekomen. Werknemer is benaderd door Y Projecten B.V. gevestigd te vestigingsplaats Y om te overwegen aldaar in dienst te treden. Y Projecten B.V. is een gelijksoortige onderneming als werkgever en is hemelsbreed gevestigd binnen een straal van minder van 50 kilometer van werkgever. Werknemer vordert bij wege van voorlopige voorziening voor de duur van de bodemzaak het concurrentiebeding geheel te schorsen.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat werknemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt spoedeisend belang te hebben bij een voorlopige voorziening nu Y kennelijk uiterlijk tot 1 november 2016 de vacature wenst open te houden voor werknemer en het aannemelijk is dat er voor die tijd nog geen uitsluitsel is in de bodemzaak. De kantonrechter stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat Y een gelijksoortige onderneming is als werkgever en binnen de verboden straal van 50 kilometer is gevestigd. Partijen verschillen van mening in hoeverre werknemer op de hoogte is van de prijsstelling, calculatie en prijsopbouw die werkgever hanteert. De kantonrechter is van oordeel dat nu reeds vooruitlopend op een beslissing in de bodemzaak niet kan worden vastgesteld dat de kantonrechter met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat concurrentiebeding in de bodemzaak zal vernietigen. De gevorderde schorsing voor de duur van de bodemprocedure wordt daarom afgewezen. De kantonrechter verwijst de zaak naar de rol van 7 september 2016 voor repliek in conventie en antwoord in reconventie en houdt de beslissing voor het overige aan.