Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Action Nederland B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 maart 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:2183

werkneemster/Action Nederland B.V.

Rechtsgeldig ontslag op staande voet nadat werknemer, werkzaam bij Action, meerdere frauduleuze handelingen heeft verricht.

Feiten

Werkneemster is op 24 november 2009 bij Action in dienst getreden en was laatstelijk werkzaam in de functie van assistent-bedrijfsleider. In de periode september–oktober 2016 heeft werkneemser enkele retouraanslagen verricht, zij heeft hierbij (tegen de beleidsregels van Action in) geen NAW-gegevens van de klant genoteerd. Action controleert periodiek en steekproefsgewijs de kassatransacties van de filialen. Naar aanleiding daarvan heeft Action een onderzoek ingesteld naar de door werkneemster verrichte kassatransacties. Per 27 oktober 2016 heeft Action werkneemster op non-actief gesteld. Op 28 oktober 2016 is werkneemster door Action op staande voet ontslagen. Dat ontslag is bij brief van 1 november 2016 aan werkneemster bevestigd. Werkneemster is door Action geregistreerd in het Waarschuwingsregister Detailhandel.

Oordeel

Tussen partijen is primair in geschil of het op 28 oktober 2016 door Action aan werkneemster gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is.

Incident 1: de kassatransactie van 16 september 2016 (behangrollen)

De kantonrechter acht deze transactie, verricht door werkneemster, op zijn minst zeer merkwaardig. Uit de videobeelden blijkt absoluut niet dat werkneemster op het bewuste moment een klant hielp, dat werkneemster en de klant telefonisch contact hebben opgenomen met het hoofdkantoor en ook is niemand te zien aan wie een retourbedrag overhandigd is dan wel kon worden. Gelet echter op de behoorlijk gedetailleerde verklaring van werkneemster omtrent de persoon van de klant en de klacht over de rollen, kan niet met volledige zekerheid worden uitgesloten dat het inderdaad zo is gegaan zoals werkneemster heeft gezegd en dat de klant het aankoopbedrag geretourneerd heeft gekregen. Het voorgaande leidt ertoe dat niet is komen vast te staan dat werkneemster in dit geval frauduleus heeft gehandeld en gelden heeft weggenomen.

Incident 2: de kassatransactie van 9 oktober 2016 (SD-kaarten)

Vast is komen staan dat werkneemster met haar handelen wederom in strijd heeft gehandeld met de binnen Action geldende procedures. Nog afgezien van de omstandigheid dat de klant geen SD-kaart heeft geretourneerd, maar die juist heeft aangeschaft, zodat van een retourtransactie sowieso geen enkele sprake was, heeft werkneemster die transactie ook nog eens geheel handmatig verricht, in die zin dat zij de artikelcode handmatig op de kassa heeft ingetoetst in plaats van, zoals te doen gebruikelijk omwille van de snelheid, middels de scan, terwijl gesteld noch gebleken is dat daarvoor enige noodzaak bestond. Vastgesteld moet worden dat werkneemster zichzelf in een positie heeft gebracht waarin zij de mogelijkheid heeft gecreëerd om, zonder dat iemand dat normaal gesproken in de gaten zou kunnen krijgen, zich een bedrag van (in ieder geval) € 23,90 (twee SD-kaarten) definitief wederrechtelijk toe te kunnen eigenen.

Incident 3: de kassatransactie van 11 oktober 2016 (bonverval)

Op de videobeelden is te zien (kort gezegd) dat een klant zakjes met muntgeld wenste te wisselen voor briefgeld bij een collega. Werkneemster is na het tellen de kantoorruimte weer uitgelopen met het geld en naar de kassa gelopen waarop de collega reeds werkzaam was. Werkneemster is vervolgens ook die kassa gaan gebruiken en heeft daarop het een en ander ingetoetst. Niet in geschil is dat als gevolg van het afbreken van de transactie, die transactie volgens het kassasysteem nooit heeft plaatsgevonden. Vast is komen staan dat werkneemster met haar handelen zoals hiervoor is vermeld wederom in strijd heeft gehandeld met de binnen Action geldende procedures door in te breken op een lopende transactie van een collega. Hoewel dit werkneemster valt te verwijten, is niet gebleken dat zij zodanig heeft gehandeld dat daardoor fraude is gepleegd.

Incident 4: de kassatransactie van 14 oktober 2016 (dekbedovertreksets)

Op de videobeelden is (kort gezegd) te zien dat een klant aan de kassa stond met twee dekbedovertreksets. Niet in geschil is dat die sets geretourneerd werden. Niet in geschil is voorts dat werkneemster niet alleen die twee dekbedovertreksets retour heeft aangeslagen, die met korting waren aangeschaft, maar dat zij vervolgens ook nog op handmatige wijze een tweetal dekbedovertreksets retour heeft aangeslagen zonder korting. De combinatie en opeenvolging van door werkneemster foutief verrichte handelingen maakt dat geen sprake meer kan zijn van een simpele vergissing, zoals werkneemster heeft aangevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat deze transactie op een zodanige wijze is verricht dat dit als een welbewuste actie moet worden beschouwd.

Incident 5: de kassatransactie van 20 oktober 2016 (wasmiddelen)

Op de videobeelden is (kort gezegd) te zien dat werkneemster in de middag een viertal wasmiddelen op de kassa aanslaat. Niet in geschil is dat zij de bon vervolgens in de wacht heeft gezet. Voorts is niet in geschil dat werkneemster in de avond, na sluitingstijd, de bon weer uit de wacht heeft gehaald, heeft laten vervallen en vervolgens twee flessen Omo wasmiddel en een fles Omo vloeibaar wasmiddel heeft aangeslagen als retour. Vastgesteld moet worden dat werkneemster zichzelf in een positie heeft gebracht waarin zij de mogelijkheid heeft gecreëerd om, zonder dat iemand dat normaal gesproken in de gaten zou kunnen krijgen, zich genoemd bedrag van € 34,45 definitief wederrechtelijk toe te kunnen eigenen.

Incident 6: de geopende routerkast

De omstandigheid dat werkneemster op enig moment (de datum daarvan is onbekend gebleven) het (glazen) deurtje van de routerkast in de kantoorruimte heeft geopend, waarin zich tevens een camera bevindt, als gevolg waarvan het zicht van de camera op de kantoorruimte gedeeltelijk werd geblokkeerd, terwijl ondertussen ook de zich daaronder bevindende kluisdeur was geopend, brengt gelet op de ter zitting door werkneemster daarvoor gegeven verklaring niet mee dat er in rechte vanuit kan worden gegaan dat werkneemster doelbewust bepaalde handelingen verborgen heeft willen houden en toen gelden heeft weggenomen.

Ontslag op staande voet rechtsgeldig en de transitievergoeding

De hiervoor geschetste door werkneemster op 9 en/of op 14 en/of op 20 oktober 2016 verrichte handelingen en het zich wederrechtelijk toe-eigenen van de daarmee gemoeide geldbedragen vormen een zodanige ernstige gedraging dat er sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7:677 BW, op grond waarvan van Action in redelijkheid niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst met haar te laten voortduren. Action was dan ook bevoegd om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Het voorgaande leidt ertoe dat de arbeidsovereenkomst reeds op een rechtsgeldige wijze is geëindigd per 28 oktober 2016. Voor wat betreft de door werkneemster verzochte toekenning van een transitievergoeding: het handelen van werkneemster kan gelet op het karakter daarvan niet worden aangemerkt als een relatief kleine misstap. Niet geoordeeld kan daarom worden dat in de gegeven omstandigheden het niet toekennen van enige transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit betekent dat geen aanleiding bestaat voor toekenning van de verzochte vergoeding.