Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 31 maart 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:2954

werkgever/werknemer

Toewijzing ontbindingsverzoek (e-grond), vanwege het door werknemer zonder deugdelijke grond niet nakomen van zijn re-integratieverplichtingen. Geen ernstig verwijtbaar handelen. Transitievergoeding blijft verschuldigd.

Feiten

Werknemer is in januari 2010 bij werkgever in dienst getreden. De functie van werknemer betreft een detachering van werknemer door werkgever bij het bedrijf Rockwool. Op 13 januari 2016 valt werknemer arbeidsongeschikt uit. Werkgever verzoekt thans de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen van werknemer (e-grond), te weten het zonder deugdelijke grond niet nakomen van zijn re-integratieverplichtingen. Daarnaast verzoekt werkgever voor recht te verklaren dat werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding. Werknemer heeft geen verweer gevoerd en is niet ter zitting verschenen.

Oordeel

Werknemer is nog steeds arbeidsongeschikt wegens ziekte, maar het opzegverbod tijdens arbeidsongeschiktheid wegens ziekte is niet van toepassing indien de werknemer zonder deugdelijke grond de verplichtingen, bedoeld in artikel 7:660a BW, weigert na te komen en de werkgever de werknemer schriftelijk heeft gemaand tot nakoming van deze verplichtingen of om die reden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:629 lid 7 BW, de betaling van het loon heeft gestaakt. De kantonrechter stelt vast dat werkgever werknemer diverse malen heeft gemaand tot nakoming van zijn re-integratieverplichtingen en eveneens sinds 29 september 2016 een loonstop heeft toegepast. Daarnaast heeft werkgever voldaan aan het tweede vereiste van artikel 7:671b lid 5 BW, te weten dat werkgever beschikt over een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 7:629a BW. Op grond van de onweersproken feitelijke stellingen van werkgever komt de kantonrechter tot het oordeel dat werknemer niet heeft voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen als bedoeld in artikel 7:660a BW, te weten gevolg geven aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften, en mee te werken aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in artikel 7:658a lid 2 BW. Zowel werknemer als werkgever hebben een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV. Beide keren heeft de deskundige van het UWV geconcludeerd dat werknemer in staat wordt geacht om mee te werken aan re-integratie in zijn eigen werk. Dat werknemer een deugdelijke grond had voor het niet meewerken aan zijn re-integratie heeft de kantonrechter niet kunnen vaststellen. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de door werkgever naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond opleveren voor ontbinding, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Volgt toewijzing van het ontbindingsverzoek. Nu de kantonrechter evenwel niet is gebleken dat het handelen van werknemer moet worden gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar handelen, zal de gevraagde verklaring voor recht worden afgewezen.