Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 22 maart 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:3461
X/Vink Systemen B.V. c.s.
Feiten
Op 17 februari 2012 heeft een ongeval plaatsgevonden waarbij de heer X letsel heeft opgelopen. X was op de dag van het ongeval met een collega bezig een groot luchtkanaal op de begane grond van een bouwwerk te monteren. Op enig moment is X door een vloersparing gevallen op de betonnen vloer van het onderliggende -1 parkeerdek. Door deze val heeft X een heupfractuur opgelopen waarvoor hij meermalen is geopereerd. Tot op heden ondervindt X klachten en beperkingen van het ongeval. X verzoekt bij wijze van deelgeschil te bepalen dat Vink Systemen aansprakelijk is voor de schade die X lijdt en heeft geleden ten gevolge van het ongeval. Aan het verzoek heeft werknemer primair schending van de zorgplicht ex artikel 7:658 BW en subsidiair aansprakelijkheid krachtens artikel 6:162 BW in samenhang met artikel 6:170 BW, althans artikel 6:171 BW ten grondslag gelegd.
Oordeel
Tussen partijen is in verband met de aansprakelijkheidsvraag allereerst in geschil of artikel 7:658 lid 4 BW in de relatie tussen X en Vink Systemen van toepassing is. De kantonrechter is echter van mening dat een oordeel daaromtrent in het midden kan blijven. Zelfs wanneer veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat X Vink Systemen op grond van artikel 7:658 lid 4 BW kan aanspreken, leidt dat niet tot aansprakelijkheid van Vink Systemen. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat Vink Systemen geen schending van enige zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW kan worden verweten. Gebleken is dat de vloersparing waardoor X is gevallen aanvankelijk voldoende was afgedekt met een (mandragende) houten plaat die was geborgd in de vloer met meerdere spijkerpluggen. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de door X overgelegde informatie dat het is toegestaan om een vloersparing af te sluiten middels een mandragende en geborgde houten plaat, zoals in casu is gebeurd, en bestaat er uitsluitend voor het geval niet tot afsluiting wordt overgegaan de verplichting om de sparing te voorzien van een leuning of hekwerk. Ook uit het VGM-projectplan van Vink Systemen blijkt dat het aanbrengen van hekken, leuningen en dergelijke achterwege kan blijven wanneer een (veilige) werkvloer is aangebracht. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het afsluiten van de in het geding zijnde vloersparing door middel van de geborgde (mandragende) houten plaat geen schending van de zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW oplevert. Niet in geschil is dat de houten plaat oorspronkelijk geborgd over de vloersparing was aangebracht en dat de plaat op enig moment door iemand met kracht is losgemaakt en (deels) verwijderd, waardoor het ongeval heeft kunnen gebeuren. Gesteld noch gebleken is dat de plank is verwijderd door (werknemers van) Vink Systemen. Alvorens Vink Systemen in verband met het losliggen van de houten plaat een verwijt kan worden gemaakt is vereist dat Vink Systemen bekend is geworden met de ontstane onveilige situatie en desondanks onvoldoende maatregelen heeft genomen om die situatie op te heffen. Gesteld noch gebleken is dat Vink Systemen op de hoogte was van het losliggen van de vloerplaat, terwijl evenmin is gesteld of gebleken dat de plaat al zo lang los lag dat van Vink Systemen in redelijkheid mocht worden verwacht dat zij reeds maatregelen had behoren te nemen. In dit verband is van belang dat Vink Systemen ervan uit mocht gaan dat de vloersparing op een adequate wijze was afgedekt en hoefde zij er niet op bedacht te zijn dat de plaat zonder voorafgaande toestemming of mededeling zou worden losgemaakt, zoals in casu is gebeurd. Aansprakelijkheid van Vink Systemen op grond van artikel 7:658 BW is derhalve niet aan de orde. In aansluiting op hetgeen hiervoor is overwogen, leidt een beroep op artikel 6:162 BW in samenhang met de artikelen 6:170 dan wel 6:171 BW evenmin tot aansprakelijkheid van Vink Systemen jegens X. Niet is komen vast te staan dat Vink Systemen onrechtmatig jegens X heeft gehandeld, terwijl evenmin is komen vast te staan dat ondergeschikten of niet-ondergeschikten van Vink Systemen de plank hebben losgemaakt. Volgt afwijzing van het verzochte.