Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting WoonGoed 2-Duizend
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 11 april 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:1579

werknemer/Stichting WoonGoed 2-Duizend

Bestuurder behoudt recht op vakantiedagen, ondanks andersluidende contractuele bepaling. Bewijslast omvang vakantieaanspraak rust op werknemer.

Feiten

Werknemer was vanaf 1 september 1981 tot 1 september 2011 in dienst bij WoonGoed 2-Duizend in de functie van statutair directeur. Met betrekking tot de vakantiedagen zijn partijen in de op 20 februari 2001 gesloten arbeidsovereenkomst het volgende overeengekomen: ‘13.1. De statutair directeur heeft, met behoud van salaris en overige emolumenten, recht op 30 vakantiedagen per kalenderjaar. (...) De statutair directeur kan geen aanspraak maken op uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen.’ Aan het einde van het dienstverband heeft werknemer aanspraak gemaakt op 170 niet-genoten vakantiedagen. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen.

Oordeel – bestuurder dient omvang vakantiedagen te bewijzen

Het hof stelt in navolging van het arrest van de Hoge Raad van 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8560 het volgende voorop. De werknemer zal het door hem gestelde tegoed aan vakantiedagen moeten bewijzen indien de werkgever voldoende gemotiveerd betwist heeft dat aan de werknemer nog vakantiedagen toekomen. In verband met het bepaalde in artikel 7:641 lid 2 BW, waarin ervan wordt uitgegaan dat de werkgever verplicht is administratie bij te houden van de door de werknemer genoten vakantiedagen, zal de werkgever in beginsel zijn betwisting mede moeten motiveren aan de hand van de uit deze administratie blijkende gegevens die dan ook door de werkgever in het geding moeten worden gebracht. Van een voldoende motivering van de betwisting kan ook sprake zijn indien concrete omstandigheden worden gesteld waaruit kan volgen dat de werkgever niet over gegevens kán beschikken met betrekking tot het aantal opgenomen vakantiedagen in verband met de wijze waarop partijen aan de arbeidsovereenkomst invulling hebben gegeven. Vast staat dat WoonGoed 2-Duizend geen administratie heeft bijgehouden van de door werknemer genoten vakantiedagen. WoonGoed 2-Duizend stelt echter dat zij niet over gegevens kan beschikken met betrekking tot het aantal opgenomen vakantiedagen in verband met de wijze waarop partijen aan de arbeidsovereenkomst invulling hebben gegeven. Het is in beginsel de verplichting van de werkgever om een administratie bij te houden van de door zijn werknemers genoten vakantiedagen. In het onderhavige geval is de werknemer geen gewone werknemer, maar een directeur van een stichting. Partijen zijn in de arbeidsovereenkomst overeengekomen dat de perioden waarin de vakantiedagen worden opgenomen in overleg met de voorzitter van de RvC zullen worden vastgesteld. Partijen twisten over de mate waarin en de wijze waarop overleg plaatsvond tussen werknemer en de voorzitter van de RvC over het opnemen van verlofdagen en wiens verantwoordelijkheid het was de opgenomen verlofdagen te registreren. Op WoonGoed 2-Duizend rust geen bewijslast van de stellingen die zij in het kader van haar verplichting tot motivering van haar betwisting heeft ingenomen. Het is aan werknemer om feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat ook bij de wijze waarop partijen invulling hebben gegeven aan de arbeidsovereenkomst WoonGoed 2-Duizend over gegevens kon beschikken met betrekking tot het aantal door werknemer opgenomen vakantiedagen. Het hof zal werknemer hiertoe in de gelegenheid stellen. Uit getuigenverhoor volgt dat de opgave van werknemer juist is.