Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 4 april 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:1200
Embed Engineering B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is met ingang van 1 november 2015 in dienst getreden bij Embed in de functie van Medior software engineer. In deze arbeidsovereenkomst is onder meer een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. Met ingang van 1 augustus 2016 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd. Werknemer is op een gegeven moment bij een ander bedrijf in dienst getreden. Embed heeft werknemer vervolgens aangesproken op overtreding van het concurrentie- en het relatiebeding. In reactie hierop heeft werknemer aangegeven dat hij noch het concurrentiebeding noch het relatiebeding heeft geschonden. Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, heeft Embed ter verzekering van haar vordering op werknemer conservatoir derdenbeslag doen leggen op de bankrekening van werknemer. Thans is onder meer in geschil of werknemer het concurrentie- en/of relatiebeding heeft geschonden door bij een ander bedrijf in dienst te treden.
Oordeel
Schending concurrentiebeding?
Werknemer betwist dat hij het concurrentiebeding heeft geschonden door in dienst te treden bij een ander bedrijf. Hij voert daartoe aan dat het concurrentiebeding hem enkel verbiedt een onderneming te starten, mede te starten of deel te nemen in een onderneming, gelijk of gelijksoortig aan Embed, terwijl hij blijkens de tekst van het beding wel in dienst mag treden bij een concurrent. Embed heeft hiertegen ingebracht dat het concurrentiebeding moet worden uitgelegd volgens de zogenoemde Haviltex-maatstaf. Het is namelijk de bedoeling van partijen geweest om het in dienst treden bij een concurrent ook onder de reikwijdte van het concurrentiebeding te doen vallen. De kantonrechter stelt vast dat het begrip ‘deelnemen in een onderneming’ in het concurrentiebeding niet nader is omschreven. Dat onder dit begrip ook werken in loondienst valt, is uit de letterlijke tekst en opzet van het beding niet zonder meer af te leiden. Naar het oordeel van de kantonrechter sluit de uitleg van werknemer bovendien aan bij het normale spraakgebruik, hetgeen niet het geval is bij de uitleg die Embed voorstaat. Immers, ‘deelnemen’ suggereert een vorm van (mede)ondernemerschap, waarvan in geval van een dienstverband in het geheel geen sprake is. Embed heeft ook geen concrete feiten of omstandigheden aangedragen die de conclusie kunnen dragen dat werknemer bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst heeft kunnen en moeten begrijpen dat onder ‘deelnemen in een onderneming’, in afwijking van de betekenis van dit begrip in het normale spraakgebruik, ook het werken in loondienst diende te worden begrepen. De onduidelijkheid tussen partijen over de reikwijdte van het concurrentiebeding dient dan ook voor risico van Embed te komen. De kantonrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat het concurrentiebeding werknemer niet verbiedt om bij een ander bedrijf in loondienst werkzaam te zijn, zodat werknemer het beding niet heeft overtreden.
Schending relatiebeding?
Volgens werknemer heeft de eigenaar van zijn nieuwe werkgever in het verleden ooit een kop koffie gedronken met de oud-directeur van Embed. Dit enkele feit betekent echter nog niet dat dit bedrijf een zakelijke relatie van Embed is, aldus werknemer. Embed stelt zich op het standpunt dat het begrip ‘zakelijke relatie’ als genoemd in het relatiebeding niet te beperkt moet worden uitgelegd. De kantonrechter volgt Embed niet in haar standpunt. Deze uitleg is veel te ruim, nu die zich niet verdraagt met de tekst van het beding; een beoogde of potentiële zakelijke relatie is nog geen zakelijke relatie. Dit brengt mee dat werknemer ook het relatiebeding niet heeft overtreden.
Conclusie
Nu werknemer het concurrentie- en het relatiebeding niet heeft overtreden, heeft hij ook geen boetes verbeurd. Dit brengt mee dat de vordering van Embed tot betaling van reeds verbeurde boetes ad € 164.000 zal worden afgewezen.