Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 14 april 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:2838
CNV Vakmensen.nl c.s./APM Terminals Rotterdam B.V.
Feiten
De werknemers van APM Terminals Rotterdam B.V. (hierna: APMTR) vallen onder de bedrijfs-cao die APMTR met CNV en FNV heeft gesloten (hierna: de cao). De cao heeft een looptijd van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017. Op 6 januari 2016 heeft APMTR een ‘Akkoord Werkgelegenheid APMT Rotterdam BV’ (hierna: het Akkoord) gesloten met de ondernemingsraad met betrekking tot de werkgelegenheidsgarantie, schadeloosstelling bij boventalligheid, uitbreiding van de Senioren Fit-regeling en een vergoeding indien een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet wordt verlengd. Naar aanleiding van het Akkoord is op 7 januari 2016 door APMTR een aanvulling op de individuele arbeidsovereenkomst (hierna: de Aanvulling) opgesteld. Inmiddels heeft circa 85% van de werknemers van APMTR met de Aanvulling ingestemd. De vraag die thans voorligt, is of APMTR met het afspreken van het Akkoord en het aanbieden van de Aanvulling aan haar werknemers in strijd heeft gehandeld met de cao.
Oordeel
Standaard- of minimumbepalingen?
De kantonrechter stelt vast dat artikel 2 en 6 van de cao, waarop de discussie tussen partijen zich met name richt, niet als minimumbepaling hebben te gelden en dat daaruit het standaardkarakter logischerwijs volgt. Het standpunt van APMTR, dat deze bepalingen voor zover deze direct zien op het verrichten van arbeid standaard zijn en voor het overige als minimumbepaling moeten worden aangemerkt, volgt de kantonrechter dan ook niet.
Aanvullende arbeidsvoorwaarden toegestaan
Vervolgens komt de kantonrechter tot het oordeel dat de cao geen uitputtende arbeidsvoorwaardenregeling behelst. Dit zou ook niet zonder meer voor de hand liggen, omdat dat in de weg zou staan aan het afspreken van noodzakelijke arbeidsvoorwaarden die niet in de cao zijn geregeld. In rechte wordt daarom ervan uitgegaan dat het APMTR is toegestaan met haar werknemers arbeidsvoorwaarden overeen te komen die niet in de cao zijn geregeld.
Strijd met de cao?
Niet in geschil is dat de beëindigingsvergoeding bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in het geheel niet in de cao is geregeld, zodat van strijdigheid geen sprake kan zijn. In de onderwerpen werkgelegenheidsgarantie en schadeloosstelling voorziet de cao. Bij de Aanvulling heeft APMTR een uitbreiding van de werkgelegenheidsgarantie aangeboden en een daarmee samenhangende aanpassing van de schadeloosstelling bij boventalligheid. Deze verruiming valt binnen de looptijd van de cao. Een en ander leidt tot het oordeel dat, nu de cao daarop geen afwijking toelaat, beide onderwerpen voor zover van toepassing gedurende de looptijd van de cao in beginsel in strijd zijn met de cao. Hetzelfde geldt voor de Senioren Fit-regeling. Het gedeelte daarvan dat werking heeft gedurende de looptijd van de cao is in beginsel niet toegestaan.
Toepassing artikel 6:248 lid 2 BW
APMTR heeft vervolgens betoogd dat het buiten toepassing laten van het Akkoord en de Aanvulling leidt tot een resultaat dat op de voet van artikel 6:248 lid 2 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hiertoe wordt onder meer aangedragen dat de werknemers zich in een situatie bevonden waarin op sectorniveau onduidelijk was of en wanneer afspraken tot stand zouden komen, dat dit tot onrust leidde, dat de ondernemingsraad APMTR pas heeft benaderd toen bleek dat de vakbonden niet bereid waren op bedrijfsniveau met APMTR afspraken te maken, dat de afspraken uiteindelijk tot gevolg hebben dat de rechtspositie van de werknemers in positieve zin wordt gewijzigd of verbeterd, dat de uitbreiding van de Senioren Fit-regeling in lijn is met het Werkzekerheidsakkoord en dat inmiddels bijna 85% van de werknemers akkoord is gegaan met de Aanvulling. De kantonrechter volgt APMTR hierin. De kantonrechter kent onder meer gewicht toe aan de omstandigheid dat inmiddels het Werkzekerheidsakkoord tot stand is gekomen, dat daarin afspraken zijn opgenomen over werkgelegenheidsgarantie en uitbreiding van de Senioren Fit-regeling en dat dit laatste onderwerp zelfs in lijn is met die in de Aanvulling. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het buiten toepassing laten van het Akkoord en de Aanvulling voor zover het betreft de werkgelegenheidsgarantie, de schadeloosstelling bij boventalligheid en de Senioren Fit-regeling, tot een resultaat zou leiden dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het daarop gerichte beroep van APMTR slaagt dan ook.