Naar boven ↑

Rechtspraak

CNV Vakmensen.nl/APM Terminals Maasvlakte II B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 14 april 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:2839

CNV Vakmensen.nl/APM Terminals Maasvlakte II B.V.

Aanvulling op de individuele arbeidsovereenkomst en akkoord met OR deels in strijd met bedrijfs-cao met standaardkarakter. Het buiten toepassing laten van de regelingen zou tot een resultaat leiden dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Beroep werkgever op artikel 6:248 lid 2 BW slaagt.

Feiten

De werknemers van APM Terminals Maasvlakte II B.V. (hierna: APMT MVII), een zusteronderneming van APMTR (zie ook AR 2016-0523), vallen onder de bedrijfs-cao die APMT MVII met CNV en FNV heeft gesloten (hierna: de cao). De cao heeft een looptijd van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017. Op 6 januari 2016 heeft APMTR een ‘Akkoord Werkgelegenheid APMT Rotterdam BV’ (hierna: het Akkoord) gesloten met de ondernemingsraad met betrekking tot een aantal arbeidsvoorwaardelijke onderwerpen. Naar aanleiding van het Akkoord is op 8 januari 2016 door APMT MVII een aanvulling op de individuele arbeidsovereenkomst (hierna: de Aanvulling) opgesteld. De vraag die thans voorligt, is of APMT MVII met het afspreken van het Akkoord en het aanbieden van de Aanvulling aan haar werknemers in strijd heeft gehandeld met de cao.

Oordeel

Standaard- of minimumbepalingen?

Hoewel aan APMT MVII kan worden toegegeven dat per cao-bepaling moet worden bekeken of deze een standaardkarakter heeft of niet, is de tekst van artikel 3 duidelijk. Daarin is uitdrukkelijk bepaald dat de cao een standaard-cao is, hetgeen betekent dat niet in voor de werknemer gunstige of ongunstige zin van de inhoud van de bepalingen mag worden afgeweken. In samenhang met (de bewoordingen van) de in geschil zijnde artikelen kan de kantonrechter bezwaarlijk anders concluderen dan dat sprake is van standaardbepalingen.

Aanvullende arbeidsvoorwaarden toegestaan

Vervolgens komt de kantonrechter tot het oordeel dat de cao geen uitputtende arbeidsvoorwaardenregeling behelst. Dit zou ook niet zonder meer voor de hand liggen, omdat dat in de weg zou staan aan het afspreken van noodzakelijke arbeidsvoorwaarden die niet in de cao zijn geregeld. In rechte wordt daarom ervan uitgegaan dat het APMT MVII is toegestaan met haar werknemers arbeidsvoorwaarden overeen te komen die niet in de cao zijn geregeld.

Strijd met de cao/toepassing artikel 6:248 lid 2 BW

Aanleiding wordt gezien om per onderwerp dat bij de Aanvulling is aangeboden te bespreken of sprake is van strijdigheid met de cao. Het betreft hier achtereenvolgend drie onderwerpen, te weten een werkgelegenheidsgarantie, een Senioren Haven FIT-regeling en een regeling inzake Compensatie Pensioenen. Niet in geschil is dat de eerste twee onderwerpen in het geheel niet in de cao zijn geregeld. Dit betekent dat moet worden vastgesteld dat APMT MVII met dit aanbod niet in strijd handelt met de cao. Ten aanzien van de Compensatie Pensioenen heeft APMT MVII erkend dat daarvoor overleg met de vakbonden is vereist. Met dit aanbod wordt dus inbreuk gemaakt op de cao. APMT MVII heeft echter betoogd dat het buiten toepassing laten van de Aanvulling leidt tot een resultaat dat op de voet van artikel 6:248 lid 2 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hiertoe wordt onder meer aangedragen dat de vakbonden positief staan en stonden tegenover de aangeboden pensioencompensatie en dat de regeling inmiddels in kannen en kruiken is. Daarnaast is naar voren gebracht dat de werknemers zich in een situatie bevonden waarin op sectorniveau onduidelijk was of en wanneer afspraken tot stand zouden komen, dat dit tot onrust leidde en dat de ondernemingsraad APMTR pas heeft benaderd toen bleek dat de vakbonden niet bereid waren op bedrijfsniveau met APMT MVII en APMTR afspraken te maken. De kantonrechter volgt het betoog van APMT MVII. De kantonrechter kent onder meer gewicht toe aan de omstandigheid dat inmiddels een Werkzekerheidsakkoord tot stand is gekomen. Hiermee is een streep gehaald door het argument van de vakbonden om geen individuele afspraken met APMT MVII te willen maken – wat daarvan verder ook zij – omdat hun een sectorale oplossing voor ogen stond. Die oplossing is er nu. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het buiten toepassing laten van de Aanvulling voor zover het betreft de pensioencompensatie tot een resultaat zou leiden dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het daarop gerichte beroep van APMT MVII slaagt dan ook.