Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 21 april 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:3477
werknemer/werkgever jeugdhulpverleningsinstelling
Feiten
Werknemer is op 9 november 2015 in dienst getreden bij werkgever in de functie van groepsleider. Hij geeft leiding aan jongeren met diverse (gedrags)problemen en/of een licht verstandelijke handicap. Werknemer is op 14 juni 2016 met collega-groepsleider X met vijf jongeren in een busje naar Z gereden om een groepstent te kopen. Op de terugweg naar de instelling bestuurde werknemer het busje en heeft hij, bijgestaan door X , een van de jongeren, A, uit de auto verwijderd, hem alleen – gedeeltelijk ontkleed – achtergelaten en is hij vervolgens weggereden. Werknemer is de volgende dag geschorst en na gehoord te zijn de dag daaropvolgend ontslagen (op staande voet). De kantonrechter heeft het vernietigingsverzoek van werknemer afgewezen.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Jongere uit de auto halen en langs de weg achterlaten levert een dringende reden voor ontslag van een professionele jeugdhulpverlener op
Ook al zou worden uitgegaan van de lezing van werknemer dat er in de bus ruzie was ontstaan waardoor er een gevaarlijke situatie ontstond – volgens werknemer moest hij als bestuurder steeds achterom kijken in plaats van rechtvooruit op de weg – in plaats van de jolige sfeer zoals door werkgever geschetst, dan nog had werknemer een andere manier kunnen en moeten kiezen om A tot de orde te roepen om zodoende de veiligheid van een ieder in de bus te waarborgen, zoals telefonisch overleg met de leidinggevende in de instelling of A met X achterlaten en hem direct afzonderlijk ophalen of op laten halen. Werknemer heeft echter een kwetsbare jongen met ernstige verlatingsangst ter hoogte van afslag Q de bus uitgezet en hem in zijn ‘dooie eentje’ over een afstand van 7 kilometer de weg naar de campus in P laten terugvinden. Werknemer mocht er niet van uitgaan dat A de weg terug kende, temeer daar A pas één jaar in de campus in P woonde. Het feit dat een andere jongere hem vanuit de bus heeft gebeld om hem de weg te wijzen, duidt erop dat A de weg naar de campus ook niet voldoende kende. Gezien deze concrete omstandigheden heeft werknemer zich schuldig gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag jegens A, welk gedrag niet past bij een professionele hulpverlener als werknemer. Dat werknemer, zoals hij aanvoert, geen instructies van werkgever heeft gehad hoe te handelen in dergelijke situaties, doet niet af aan zijn hierbovenvermeld grensonverschrijdend gedrag. Uit het voorgaande volgt dat het hof van oordeel is dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was. Het ontslag is bovendien onverwijld verleend.