Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 mei 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:2010
COR van Honeywell BV/Honeywell BV
Feiten
Honeywell BV maakt deel uit van een international concern. Op 14 september 2016 heeft Honeywell de centrale ondernemingsraad (COR) om advies gevraagd met betrekking tot een voorgenomen reorganisatie. De COR heeft op 20 januari 2017 negatief advies uitgebracht. Op 31 januari 2017 heeft Honeywell het besluit genomen. De COR verzoekt de OK onder meer te bepalen dat Honeywell in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen.
Oordeel
Honeywell heeft in het onderhavige geval het concernbelang voorop kunnen stellen in haar afwegingen om tot het bestreden besluit te komen. Zij heeft gemotiveerd toegelicht, zowel in de adviesaanvraag als in het bestreden besluit, dat Honeywell een internationale onderneming is, die er telkens naar streeft haar organisatie zo efficiënt mogelijk in te richten, hetgeen ook tot gevolg heeft dat bepaalde werkzaamheden op het gebied van Finance elders binnen de internationale organisatie worden ondergebracht of komen te vervallen: ten gevolge van het besluit worden bepaalde werkzaamheden gecentraliseerd in HUB’s in India en Boekarest en worden de Statutory Report-activiteiten ondergebracht bij EY in het kader van een service agreement. Dit heeft noodzakelijkenvijs tot gevolg dat vier werknemers boventallig zullen worden verklaard. Deze afwegingen en motivering kunnen de toets der redelijkheid van artikel 26 WOR ruimschoots doorstaan. Daarbij wordt nog opgemerkt dat het belang van een efficiëntere financiële administratie en van gestandaardiseerde werkprocessen overigens ook het belang dient van Honeywell, temeer nu feitelijk ondenkbaar is dat Honeywell een stand alone Nederlandse financiële boekhouding zou kunnen voeren die niet zou kunnen worden getransporteerd naar het concernniveau. Ten aanzien van hetgeen de COR heeft gesteld over de beweegredenen van het besluit en de financiële onderbouwing daarvan wordt als volgt overwogen. Honeywell heeft in de adviesaanvraag en in het bestreden besluit gemotiveerd toegelicht dat een verdere implementatie van het FOM noodzakelijk is om op concernniveau te komen tot een uniformering en een standaardisering van financiële processen. Zij heeft daarbij ter inleiding verwezen naar de achtergrond van de reorganisatie van Finance in 2014/2015 en naar de uitkomsten van de uitgevoerde assessments. Zij heeft daarbij gemotiveerd toegelicht welke werkzaamheden uit Honeywell zullen verdwijnen en zullen worden verplaatst naar het buitenland. Honeywell heeft tijdens het adviestraject meerdere keren aan de COR kenbaar gemaakt dat het besluit niet is ingegeven door een financiële noodzaak, dat een mogelijke kostenreductie ten gevolge van het bestreden besluit van ondergeschikt belang is en dat het vooral gaat om efficiencyvoordelen die kunnen worden behaald door standaardisatie, verdere implementatie en optimalisatie van het FOM. Gelet op deze beweegredenen heeft Honeywell in de adviesaanvraag geen nadere financiële onderbouwing of een toelichting op financiële noodzaak of financiële impact van het voorgenomen besluit behoeven te geven. De COR heeft zich in zijn advies van 20 januari 2017 niet op het standpunt gesteld dat hij over de personele gevolgen geen advies heeft kunnen uitbrengen. Nog daargelaten dat dit standpunt in de onderhavige procedure niet voor het eerst aan de orde kan worden gesteld, strookt dat standpunt ook niet met het voorwaardelijk advies dat de COR op 7 januari 2017 heeft uitgebracht, te weten een positief advies onder de voorwaarde dat op de werknemers die boventallig zullen worden verklaard dezelfde regeling van toepassing wordt verklaard als bij de reorganisatie van Finance in 2014/2015, en evenmin met zijn definitieve advies van 20januari 2017 waarin de COR expliciet is ingegaan op de regeling van de beëindigingsvergoeding. Honeywell heeft hierop inhoudelijk gereageerd in de brief aan de COR van 12 januari 2017 en in het besluit. Gelet op deze gang van zaken heeft de COR feitelijk advies uitgebracht, zowel over het gevolg van het besluit dat vier werknemers boventallig zullen worden verklaard, als over de gevolgen van die boventalligverklaring. De Ondernemingskamer volgt de COR niet in zijn stelling dat de beëindigingsregeling onredelijk, althans onvoldoende gemotiveerd is, gelet op het volgens de COR onredeljke en niet te rechtvaardigen verschil tussen de regeling in het bestreden besluit en de regeling in de reorganisatie van Finance in 2014/2015 voor boventallig geworden werknemers. Honeywell heeft zowel in de adviesaanvraag als in de brief aan de COR van 12 januari 2017 en in het besluit gemotiveerd toegelicht dat zij zich houdt aan de huidige wetgeving, dat deze wetgeving weliswaar leidt tot lagere ontslagvergoedingen dan de destijds gehanteerde kantonrechtersformule met factor C=1, maar dat zij daarnaast en onverplicht een outplacementtraject en vergoeding van juridische kosten aanbiedt aan werknemers die boventallig zullen worden verklaard. Volgt afwijzing van de verzoeken van de COR.