Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Fioretti Teylingen/werkneemster
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 8 februari 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:4890

Stichting Fioretti Teylingen/werkneemster

Docent Duits handelt ernstig verwijtbaar door zonder deugdelijke grond re-integratieverplichtingen niet na te leven en mediation te weigeren. Oordeel van bedrijfsarts en deskundigenoordeel UWV is zwaarwegender dan oordeel behandelend psychiater. Ontbinding arbeidsovereenkomst.

Feiten

Werkneemster is op 1 augustus 2010 als docente Duits in dienst getreden van Fioretti. Werkneemster heeft zich op 2 februari 2016 na afloop van een sectievergadering ziek gemeld. Uit de door partijen overgelegde stukken is op te maken dat binnen de sectie al langere tijd problemen in de onderlinge samenwerking bestonden. Mediation is niet van de grond gekomen, omdat werkneemster weigert in te stemmen met de geheimhoudingsclausule in de mediationovereenkomst. Vervolgens is het re-integratietraject voortgezet, hebben diverse gesprekken plaatsgevonden en heeft een deskundige van het UWV geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van Fioretti voldoende zijn en die van werkneemster onvoldoende. Fioretti verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen door werkneemster. Aangevoerd wordt dat zij zonder deugdelijke grond niet aan haar re-integratieverplichtingen voldoet.

Oordeel

Geen deugdelijke grond voor niet meewerken aan re-integratie/mediation

De kantonrechter overweegt allereerst dat Fioretti aan de drie voorwaarden die artikel 7:671b BW stelt om op deze grond tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan heeft voldaan. Fioretti heeft werkneemster (meermalen) schriftelijk gemaand tot nakoming, zij heeft vervolgens met ingang van 15 augustus 2016 de loondoorbetaling stopgezet en zij beschikt over een deskundigenoordeel als bedoeld in artikel 7:629a BW. Na haar ziekmelding heeft werkneemster het werk niet meer hervat. Er zijn vervolgens diverse spreekuurcontacten met de bedrijfsarts. Deze concludeert, vanaf 29 maart 2016, dat partijen er goed aan doen onder leiding van een onafhankelijke derde gesprekken aan te gaan over de gerezen problemen in de sectie. Ook na een vraag hierover ter zitting heeft werkneemster aan de kantonrechter niet duidelijk kunnen maken waarom de gevraagde geheimhouding bij de mediation voor haar een sta in de weg is. Werkneemster heeft geweigerd het plan van aanpak te ondertekenen zonder dat daar gegronde redenen voor bestonden. Het advies van de bedrijfsarts luidt op 4 juli 2016 onveranderd dat partijen onder leiding van een onafhankelijk deskundige gesprekken dienen aan te gaan, welk advies op 8 juli 2016 wordt bevestigd in het eerste deskundigenoordeel van het UWV. Op 12 september 2016 vindt dan nieuw overleg – het derde – tussen partijen plaats. Dit leidt echter door de opstelling van werkneemster met een beroep op het standpunt van haar behandelend arts niet tot het alsnog starten van het mediationtraject. Fioretti vraagt vervolgens opnieuw een deskundigenoordeel. Hierin wordt het standpunt van de behandelend arts expliciet in de beoordeling betrokken. De UWV-arts komt tot een andere conclusie, namelijk dat van werkneemster gevergd kan worden mee te werken aan het mediationtraject. De vraag of werkneemster een deugdelijke grond heeft om niet mee te kunnen werken aan mediation wordt ontkennend beantwoord.

Werkneemster kon niet volstaan met zich beroepen op het standpunt van de behandelend psychiater

De kern van het verweer van werkneemster is dat zij een deugdelijke grond had voor het niet meewerken aan het mediatontraject nu haar behandelend psychiater dit te belastend voor haar vond. Dat de psychiater deze mening heeft staat vast en blijkt uit diens brief aan de bedrijfsarts van 22 augustus 2016. Naar het oordeel van de kantonrechter kan deze omstandigheid echter niet als (voldoende) deugdelijke grond worden aangemerkt. Bij de bedrijfsarts en bij het UWV ten tijde van de totstandkoming van het tweede deskundigenoordeel was dit standpunt van de psychiater bekend. Het is meegewogen in de beoordeling en uiteindelijk hebben bedrijfsarts en het UWV anders geoordeeld. Zoals ook uit de door Fioretti overgelegde KNMG-richtlijnen blijkt, dienen behandelend artsen zich te onthouden van beoordelingen ter zake van (medische) geschiktheid of patiënten bepaalde dingen, zoals arbeid verrichten, nog kunnen doen. Los hiervan acht de kantonrechter het oordeel van de bedrijfsarts en het deskundigenoordeel van het UWV meer zwaarwegend, nu deze beoordelingen zijn uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen. Werkneemster heeft niet kunnen volstaan met zich beroepen op het standpunt van de behandelend psychiater. Om deze redenen en nu aan de zijde van Fioretti intensieve inspanningen zijn gepleegd om tot een oplossing te komen en werkneemster gedurende langere tijd in haar afhoudende opstelling heeft volhard, kwalificeert de kantonrechter het handelen van werkneemster voorts als ernstig verwijtbaar. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2017, zonder dat rekening wordt gehouden met de opzegtermijn. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor toekenning van de transitievergoeding.