Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 16 mei 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:2182
Gebr. X Metaalhandel B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is na een arbeidsongeval uitgevallen. In dit kort geding vordert werknemer doorbetaling van loon op grond van artikel 7:629a BW. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen. Werkgever stelt zich op het standpunt dat wegens het ontbreken van een 629a-verklaring werknemer niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Artikel 7:629a BW niet vereist in kort geding / ratio van artikel 7:629a BW in casu niet geschonden
Werkgever keert zich tegen het kantonrechtersoordeel dat het niet overleggen van een UWV-deskundigenverklaring de ontvankelijkheid van werknemer niet in de weg staat. Werkgever verwijst ter toelichting naar artikel 7:629a BW, volgens welk wetsartikel de vordering tot loondoorbetaling van de werknemer die de bedongen arbeid door ziekte niet verricht, moet worden afgewezen als de werknemer daarbij geen verklaring heeft gevoegd van een UWV-deskundige omtrent zijn verhindering om (de bedongen of andere passende) arbeid te verrichten dan wel de nakoming van zijn re-integratieverplichtingen. Voor zover hier van belang hoeft dat echter niet in een kort geding als dit. Voor zover werkgever bovendien in de kern stelt dat het overleggen van de deskundigenverklaring in redelijkheid wel van werknemer kon worden gevergd en werknemer tot de inleidende dagvaarding ook voldoende gelegenheid heeft gehad om een deskundigenverklaring aan te vragen, zou dat bovendien niet tot een ander oordeel leiden. Gezien de wetsgeschiedenis beoogt de wettelijk vereiste deskundigenverklaring de rechtspositie van de werknemer te versterken en een efficiënte geschilbeslechting te bevorderen door partijen al vooraf én eventueel de rechter later in het geding duidelijkheid te verschaffen in geschillen over de ziekte van de werknemer, zijn geschiktheid voor (de bedongen of andere passende) arbeid of zijn nakoming van re-integratieverplichtingen. Volgens werkgever had een dergelijke verklaring bij gebreke van concreet aangeboden passend werk vooral moeten zien op de arbeids(on)geschiktheid van werknemer om met werkgever in gesprek te gaan over te verrichten re-integratieactiviteiten althans eventueel aangepast zittend werk, maar reeds in het licht van het destijds al (mede door tegenstrijdige arbeidsdeskundige adviezen) verharde partijdebat is voorshands onvoldoende duidelijk dat zo’n door werkgever voorgestane verklaring het beroep op de rechter had kunnen voorkomen en de voor een efficiënte geschilbeslechting door de rechter benodigde informatie had kunnen verschaffen.