Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Zorggroep Almere
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 20 juni 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:7735

werkneemster/Zorggroep Almere

De kantonrechter overweegt dat de wetgever de situatie dat een lopende collectieve afspraak een ongunstiger regeling biedt dan de nieuw geregelde transitievergoeding heeft onderkend. De ongunstiger regeling gaat gedurende de overgangstermijn toch voor op de transitievergoeding. Verzoek werknemer tot toekenning transitievergoeding wordt daarom afgewezen.

Feiten

Werkneemster is op 1 januari 1998 in dienst getreden bij Zorggroep Almere. Werkneemster was werkzaam in de (drie afzonderlijke) functies van regiosecretaresse, medewerker bewonerssecretariaat en roosterplanner. In de functie van regiosecretaresse verdiende werkneemster een salaris van € 1678,02 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

Zorggroep Almere heeft de arbeidsovereenkomst, met voorafgaande toestemming van het UWV, opgezegd tegen 31 mei 2016 vanwege bedrijfseconomische redenen en werkneemster een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden voor de functies van medewerker bewonerssecretariaat en roosterplanner. Op grond van de cao VVT heeft werkneemster, vanwege haar ontslag, recht op wachtgeld in de vorm van een aanvulling op een WW-uitkering. Werkneemster verzoekt (samengevat) betaling van de verschuldigde transitievergoeding conform artikel 7:673 BW van € 33.886 bruto.

Oordeel

Het Besluit overgangsrecht transitievergoeding (hierna: het besluit) is de uitwerking van het in artikel XXII lid 7 WWZ bepaalde. Het besluit bepaalt in artikel 2 lid 1 dat indien de werknemer op grond van tussen de werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers gemaakte afspraken recht heeft op vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in artikel XXII lid 7 WWZ, de transitievergoeding niet verschuldigd is, tenzij overeengekomen is dat de werknemer recht heeft op die vergoeding of voorziening, in aanvulling op de transitievergoeding. Werkneemster betoogt dat het besluit buiten toepassing moet worden gelaten omdat toepassing van het artikel in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Zorggroep Almere is het oneens met werkneemster en betwist dat het besluit buiten toepassing moet blijven. De kantonrechter verwijst naar de wetsgeschiedenis rond de totstandkoming van het besluit en neemt enkele citaten uit de wetgeschiedenis op in de uitspraak. De kantonrechter overweegt dat uit de geciteerde teksten kan worden opgemaakt dat de wetgever de situatie dat een lopende collectieve afspraak een ongunstiger regeling biedt dan de nieuw geregelde transitievergoeding wel degelijk heeft onderkend. Desondanks is ervoor gekozen om te bepalen dat gedurende de periode van de overgangsregeling (tot maximaal 1 juli 2016) een dergelijke voorziening voorgaat op de transitievergoeding. Hoewel vaststaat dat de wachtgeldregeling aanzienlijk ongunstiger uitpakt voor werkneemster dan de transitievergoeding, kan niet worden aangenomen dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In het door werkneemster gestelde ziet de kantonrechter dan ook onvoldoende grond om het besluit in haar geval buiten toepassing te laten. Het verzoek van werkneemster zal worden afgewezen.