Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 13 januari 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:5830
werkneemster/Thuiszorg Het Friese Land
Feiten
Werkneemster is sedert 17 maart 2015 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 29 februari 2016 in dienst bij Het Friese Land in de functie van wijkverpleegkundige. Bij brief van 12 november 2015 is werkneemster door Het Friese Land op staande voet ontslagen. In de brief is daarvoor als reden gegeven dat werkneemster heeft geweigerd in te gaan om het redelijke verzoek van haar leidinggevende voor een gesprek. Daarnaast heeft Het Friese Land te kennen gegeven geen vertrouwen meer te hebben in werkneemster door haar acties daarna. Het Friese Land heeft in dat kader verwezen naar het e-mailbericht dat werkneemster op 10 november 2015 heeft gestuurd naar een aantal collega’s en wijkteams over haar aanstaande vertrek. Kern van het geschil betreft de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Het Friese Land heeft een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend.
Oordeel
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig
Uit het feitenrelaas en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, volgt dat werkneemster tijdens een overleg op 2 november 2015 op geëmotioneerde wijze kritiek heeft geuit op (onder meer) haar leidinggevende A en de gang van zaken binnen Het Friese Land en dat A daarover met haar in gesprek wilde gaan. Dit is een redelijk verzoek dat werkneemster niet had mogen weigeren. Naast het feit dat de werkgever altijd kan bepalen of zij met een werknemer in gesprek wil gaan over een bepaald onderwerp, bestond er in dit geval ook daadwerkelijk een concrete aanleiding voor het houden van een gesprek. Dat werkneemster ondanks diverse verzoeken en waarschuwingen hardnekkig heeft geweigerd om over het gebeuren tijdens het driehoeksoverleg op 2 november 2015 in gesprek te gaan valt haar dan ook te verwijten. In de gegeven omstandigheden is dat echter niet zo ernstig dat dit de vergaande maatregel van ontslag op staande voet rechtvaardigt. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat Het Friese Land redelijkerwijs eerst een minder vergaande sanctie had kunnen opleggen, zoals een schorsing of het stopzetten van loonbetaling, hetgeen nimmer heeft plaatsgevonden. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig.
Toewijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek
Nu werkneemster heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van werkneemster niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden op de g-grond. Voor toekenning van een transitievergoeding aan werkneemster is, gelet op het bepaalde in artikel 7:673 lid 1 BW, geen plaats. De arbeidsovereenkomst tussen werkneemster en Het Friese Land heeft immers geen 24 maanden geduurd. Verder is er geen aanleiding om aan werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen.