Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/BerdenMeubelen b.v.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 13 juni 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:5608

werkneemster/BerdenMeubelen b.v.

Opzegging wegens bedrijfseconomische redenen na toestemming UWV. Procedure kantonrechter is geen (bestuursrechtelijke) beroepsprocedure waarin het besluit van het UWV ter vernietiging voorligt, maar een civielrechtelijke procedure waarin werkneemster de rechtsfeiten die aan haar verzoek ten grondslag liggen duidelijk dient te stellen en bij betwisting (aanbieden) te bewijzen.

Feiten

Werkneemster is vanaf januari 2008 in dienst bij BerdenMeubelen, laatstelijk als bedrijfsleidster van de vestiging in Heerlen. Na verkregen toestemming van het UWV is de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen met inachtneming van de opzegtermijn opgezegd tegen 1 maart 2017. De transitievergoeding is betaald. Werkneemster verzoekt vernietiging van de opzegging, herstel van de dienstbetrekking en de veroordeling van BerdenMeubelen tot doorbetaling van het loon inclusief wettelijke verhoging en wettelijke rente.

Oordeel

Anders dan werkneemster lijkt te veronderstellen, is deze procedure geen (bestuursrechtelijke) beroepsprocedure waarin het besluit van het UWV ter vernietiging voorligt, maar een civielrechtelijke procedure waarin de werkneemster de rechtsfeiten die aan haar verzoek ten grondslag liggen duidelijk dient te stellen en bij betwisting (aanbieden) te bewijzen. Waar werkneemster ermee heeft volstaan te verwijzen naar argumenten die in de procedure voor het UWV zijn aangevoerd, komt de kantonrechter aan (her)beoordeling van die argumenten niet toe. Bezien in het licht van het verweer had het op de weg van werkneemster gelegen om veel concreter en specifieker dan zij heeft gedaan, aan te voeren wat er aan de bedrijfseconomische onderbouwing van BerdenMeubelen schort. Het gaat, bijvoorbeeld, niet aan om te volstaan met een verwijzing naar ‘de stukken uit de UWV-procedure’ met de mededeling dat het UWV de door de werkgever ingebrachte cijfers ten onrechte als compleet, vaststaand en juist heeft beschouwd, zonder daarbij concreet aan te geven welke gegevens dan zouden ontbreken of niet zouden kloppen, en tot welke bevindingen een juiste interpretatie van completere gegevens had moeten leiden. De verzoeken van werkneemster worden afwezen.