Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Si!Fashion V.O.F.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 12 juni 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:5457

werkneemster/Si!Fashion V.O.F.

Ontslag op staande voet wegens werkweigering niet rechtsgeldig. Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werkneemster. Billijke vergoeding € 2500.

Feiten

Werkneemster is sedert 14 januari 2013 in dienst van Si!Fashion. Werkneemster is op staande voet ontslagen wegens werkweigering. Werkneemster verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet en de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671c lid 1 BW.

Oordeel

Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig

Vast staat dat werkneemster vanaf december 2016 geen loon meer heeft ontvangen, omdat Si!Fashion in financiële problemen verkeert en werkneemster al weken geen werkzaamheden voor S!Fasion heeft verricht wegens het ontbreken van opdrachten. Het achterstallig loon is meermaals ter sprake gebracht en werkneemster heeft Si!Fashion ook herhaaldelijk gesommeerd tot betaling daarvan. Si!Fashion heeft daarop keer op keer laten weten dat zij in financiële problemen verkeert en aldus geen sprake is van betalingsonwil maar betalingsonmacht. Si!Fashion heeft tweemaal met werkneemster over een vaststellingsovereenkomst gesproken. Tegen die achtergrond dient de handelwijze van werkneemster bekeken te worden. Het is dan niet onbegrijpelijk dat werkneemster zich op de arbeidsmarkt oriënteert en op zoek gaat naar een andere baan. Waar Si!Fashion tracht de arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst per 28 februari 2017 te beëindigen en werkneemster zich daaromtrent beraadt en juridisch advies inwint, geeft Si!Fashion werkneemster tegelijkertijd opdracht om na deze beoogde beëindigingsdatum weer te komen werken. Op welke basis die werkzaamheden dan verricht dienen te worden is onduidelijk. Voorts is het wijzen op de omstandigheid dat een opdracht niet kan worden uitgevoerd iets anders dan het weigeren van een opdracht. Verder had het op de weg van Si!Fashion gelegen om, alvorens werkneemster op staande voet te ontslaan, haar eerst op een voldoende duidelijke wijze te waarschuwen voor de mogelijke gevolgen van een werkweigering. Van een zodanige, voldoende duidelijke, waarschuwing is niet gebleken. Onder deze omstandigheden kan de opdracht om de werkzaamheden op of na 28 februari 2017 te hervatten niet worden beschouwd als een redelijke opdracht waarvan de weigering aanleiding kon geven tot een ontslag op staande voet. Het verzoek tot vernietiging van de opzegging wordt toegewezen.

Ontbinding op verzoek werkneemster en toekenning billijke vergoeding

De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te worden toegewezen. Meegewogen wordt dat het hier gaat om een werknemersverzoek waarbij bijzondere opzegverboden niet aan de orde zijn. Verder is van belang dat gelet op het (grond)recht van arbeidskeuze een verzoek door de werknemer in beginsel gehonoreerd dient te worden. Op grond van de wetsgeschiedenis is een opzegging die, zoals in dit geval, niet rechtsgeldig wordt geacht, als zodanig al ernstig verwijtbaar, omdat dan is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Dit betekent dat het verzoek van werkneemster om toekenning van een billijke vergoeding zal worden toegewezen. De billijke vergoeding wordt vastgesteld op een bedrag van € 2500. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat er geen dringende reden voor het ontslag van werkneemster bestond. Een ontslag op staande voet heeft een diffamerend karakter. Hier tegenover staat de – met stukken (jaarrekening) onderbouwde – slechte financiële positie waarin Si!Fashion verkeert.