Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Escape B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 april 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:4366

werknemer/Escape B.V.

Werkgever kiest ervoor om, nadat bij werknemer xtc-pillen zijn aangetroffen, een beëindigingsovereenkomst te sluiten en heeft daarbij de mogelijkheid van een ontbinding van die overeenkomst op de koop toe genomen. Recht op loon.

Feiten

Werknemer is op 1 december 2015 bij Escape in dienst getreden als afwasser/schoonmaker/handyman voor minimaal 4 uur en maximaal 12 uur per week voor bepaalde tijd, tot 1 juli 2016. Bij een controle op 21 mei 2016 zijn bij werknemer xtc-pillen aangetroffen. Daarop heeft werknemer een stuk getekend, getiteld ‘Beëindiging arbeidsovereenkomst’.  Bij e-mail van 30 mei 2016 heeft werknemer Escape onder meer geschreven dat hij de beëindigingsovereenkomst ontbindt. Werknemer vordert loondoorbetaling tot 1 juli 2016.

Oordeel

Geen ontslagname werknemer

Escape heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake kan zijn van een ontbinding, aangezien Escape de arbeidsovereenkomst niet heeft opgezegd, maar werknemer zelf ontslag heeft genomen na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld in plaats van een ontslag op staande voet. De kantonrechter kan Escape hierin niet volgen. Uit de tekst van de beëindigingsovereenkomst blijkt duidelijk dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd en wordt bijvoorbeeld ook een finale kwijting afgesproken. Het enkele feit dat daarbij vermeld wordt dat de beëindiging plaatsvindt op verzoek van werknemer, maakt dit niet anders. Een verzoek tot beëindiging kan immers niet gelijk worden gesteld aan een opzegging (zijnde een eenzijdige rechtshandeling) en het verzoek moet bovendien worden gezien tegen de achtergrond van het feit dat Escape hem een ontslag op staande voet zou hebben aangezegd. Conclusie is dan ook dat partijen een beëindigingsovereenkomst hebben gesloten die tijdig door werknemer is ontbonden. Aldus is de arbeidsovereenkomst blijven bestaan tot het moment dat deze van rechtswege op 1 juli 2016 is geëindigd.

Loondoorbetalingsverplichting

De kantonrechter overweegt dat op de werkgever zolang de arbeidsovereenkomst loopt in beginsel een loondoorbetalingsverplichting rust. Ten gevolge van de door werknemer ingeroepen ontbinding van de beëindigingsovereenkomst liep de arbeidsovereenkomst door en moest Escape dus weten dat zij hem weer konden oproepen om te komen werken. Daarvoor is niet vereist een expliciete verklaring van werknemer dat hij zich voor werk beschikbaar houdt, ook niet als hij in een gesprek rond die ontbinding zou hebben gezegd dat hij niet meer voor Escape wil werken. Dat werknemer niet in zijn eerste berichten heeft gevraagd om uitbetaling over de maand juni 2016 maakt dit niet anders; daarin kan geen berusting worden gelezen, temeer nu het salaris over die maand toen nog niet verschuldigd was. Het feit dat werknemer drugs mee naar het werk heeft genomen, is tegen de regels en kan voor Escape ook ernstige consequenties hebben. Escape heeft ervoor gekozen om hem toch niet op staande voet te ontslaan, maar een beëindigingsovereenkomst te sluiten en heeft daarbij de mogelijkheid van een ontbinding van die overeenkomst op de koop toe genomen. Na die ontbinding heeft zij ook niet meer gepoogd de arbeidsovereenkomst op andere wijze te beëindigen. Alle ontslagbescherming zou komen te ontvallen als nu zou worden geoordeeld dat Escape werknemer niet meer had hoeven op te roepen wegens zijn ernstige misstap. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat werknemer recht heeft op loon over de maand juni 2016.