Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18 mei 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:3818
Dylan Beheer B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is op 1 december 2003 in dienst getreden van Dylan Staal (later Dylan Beheer). Werknemer was laatstelijk werkzaam te Singapore in de functie van Managing Director DAPL en DSPL. DAPL is een volle dochtervennootschap van Dylan Beheer. DSPL is een volle dochtervennootschap van DAPL. De bedrijfsactiviteiten van DAPL en DSPL zijn officieel gestaakt per 1 juli 2015. Bij brief van 30 juli 2015 heeft Dylan Beheer de arbeidsovereenkomst tussen haar en werknemer, voor zover die nog zou bestaan, opgezegd. Bij e-mail van 22 november 2015 heeft Dylan Beheer aan werknemer bericht dat hij bij besluit van 13 november 2015 is ontslagen als statutair bestuurder van DAPL onder gelijktijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dylan Beheer stelde zich op het standpunt dat de arbeidsverhouding op 1 november 2009 is overgegaan op DAPL en dat de arbeidsovereenkomst tussen haar en werknemer daarbij is beëindigd. Bij beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 25 augustus 2016 is echter voor recht verklaard dat er een arbeidsovereenkomst bestaat tussen werknemer en Dylan Beheer en is Dylan Beheer veroordeeld tot nakoming van alle verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. Op 28 oktober 2016 heeft Dylan Beheer een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV, die de vergunning heeft geweigerd. Het UWV heeft de ontslagaanvraag geweigerd omdat Dylan Beheer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn (geweest). Dylan Beheer verzoekt in onderhavige procedure onder meer ontbinding van de arbeidsovereenkomst op basis van de a-grond. Werknemer verzoekt bij wege van tegenverzoek onder meer ontbinding ex artikel 7:686 BW (tekortkoming) en toewijzing van een schadevergoeding, dan wel toekenning van een billijke vergoeding.
Oordeel
Ontbinding a-grond
Tussen partijen is niet in geschil dat het ontslag bedrijfseconomisch noodzakelijk was omdat de arbeidsplaats ten gevolge van de sluiting van DAPL en DSPL is vervallen. Voorts is niet in geschil dat de functie van werknemer uniek en niet uitwisselbaar is. Daarmee is de a-grond gegeven. De vraag die partijen verdeeld houdt is of Dylan Beheer zich voldoende heeft ingespannen werknemer te herplaatsen binnen het Dylan/Buhlmann-concern. Die vraag is achterhaald op het moment dat werknemer zelf – door het indienen van een zelfstandig tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst – te kennen geeft de arbeidsovereenkomst met Dylan Beheer te willen beëindigen. Vanaf dat moment ligt het immers niet meer in de rede dat Dylan Beheer zich inspant om werknemer te herplaatsen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2017.
Billijke vergoeding
Gezien de onvoldoende inspanning gericht op herplaatsing en de wijze van bejegening van werknemer door Dylan Beheer waardoor herplaatsing uiteindelijk niet meer in de rede ligt, zijn kwetsbare positie als ‘expat’, de te verwachten inkomstendaling en het ontbreken van een deugdelijke werkloosheidsvoorziening, wordt de billijke vergoeding vastgesteld op € 90.000 bruto. Voor het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding is de hoogte van de transitievergoeding richtinggevend geweest.
Ontbinding wegens tekortkoming
Voor het geval Dylan Beheer haar verzoek intrekt, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst alsnog ontbinden en de schade vaststellen op de som van de beide vergoedingen (transitie- en billijke vergoeding) ad € 186.917,53 bruto, hetgeen betekent dat werknemer geen aanspraak meer kan maken op de transitievergoeding.