Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 28 juni 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:4540
werkneemster/Pyramid Analytics B.V.
Feiten
Werkneemster is per 11 mei 2015 bij Pyramid in dienst getreden als Director of Partners EMEA (Europa, Midden-Oosten en Afrika) met als taak om in die gebieden verkoopkanalen op te zetten voor de producten en diensten van Pyramid. Het basissalaris bedraagt € 8000 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en emolumenten. Begin 2015 wilde Pyramid de omslag maken van klein-ICT bedrijf naar een commercieel bedrijf met een wereldwijd ingerichte sales- en partnerstructuur. Bij besluit van 28 maart 2017 heeft het UWV geoordeeld dat Pyramid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de arbeidsplaats van werkneemster structureel is komen te vervallen als gevolg van organisatorische wijzigingen die voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk zijn. Het UWV heeft de ontslagaanvraag dan ook afgewezen en toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen geweigerd. Vanaf de uitspraak van het UWV is werkneemster niet meer toegelaten tot haar werkzaamheden. Werkneemster verzoekt wedertewerkstelling, Pyramid te veroordelen een rectificatie te verzenden en betaling van loon en bonussen over 2016 en het eerste kwartaal van 2017.
Oordeel
Wedertewerkstelling, rectificatie en loon
Pyramid voert weliswaar als reden daarvoor aan dat door reorganisatie de arbeidsplaats van werkneemster was vervallen, maar het UWV heeft dat niet aannemelijk geoordeeld. Nu al voorafgaande aan de reorganisatieplannen en het verzoek aan het UWV aan werkneemster de bonussen niet zijn betaald, een voorstel is gedaan met betrekking tot de verschuldigde bonus en vervolgens een voorstel is gedaan om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, is, voorlopig oordelend, de schijn gewekt, zoals werkneemster stelt, dat Pyramid enkel van werkneemster af wil vanwege de verschuldigdheid van de bonussen. Onder deze omstandigheden is het dan ook begrijpelijk dat werkneemster zich, nadat zij de benodigde informatie om haar werkzaamheden uit te voeren niet kreeg en het bericht van ontslag aan de organisatie niet werd gerectificeerd, terwijl het UWV toestemming voor ontslag had geweigerd, op 20 april 2017 heeft ziek gemeld. Voorshands wordt dan ook geoordeeld dat Pyramid als werkgever door op deze wijze te handelen ernstig tekort is geschoten in haar verplichtingen als werkgever en dat werkneemster daardoor niet langer in staat werd gesteld om haar werkzaamheden naar behoren uit te voeren. De vorderingen tot wedertewerkstelling en rectificatie, op straffe van een dwangsom, zijn dan ook toewijsbaar. Pyramid wordt ook veroordeeld tot betaling van het resterende loon over mei 2017 en het maandelijkse salaris vermeerderd met vakantietoeslag te blijven betalen zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt.
Bonussen
Werkneemster stelt verder in totaal aanspraak te maken op een bedrag van € 972.693,42 aan bonus over 2016 en het eerste kwartaal 2017. Pyramid betwist meer dan het reeds betaalde bedrag van in totaal € 20.380 aan bonus verschuldigd te zijn. Zij stelt in de eerste plaats dat uit hoofde van artikel 7 van de arbeidsovereenkomst maximaal € 24.000 per kwartaal aan bonus verschuldigd kan zijn. Vast staat echter dat tussen partijen na het sluiten van de arbeidsovereenkomst het Compensatie Plan tot stand is gekomen, op grond waarvan veel hogere bonussen kunnen worden uitgekeerd. Werkneemster heeft, voorlopig oordelend, er dan ook op mogen vertrouwen dat met het tot stand komen van het Compensatie Plan het in de arbeidsovereenkomst genoemde maximum van € 24.000 per kwartaal is komen te vervallen. Pas ter zitting heeft X, namens Pyramid, tegenover de gemotiveerde uitleg van de berekening van de bonussen van werkneemster, uiteengezet waarom zij op een veel lager bedrag aan bonus uitkomt. Zij heeft verklaard dat alleen de gesloten overeenkomsten met klanten die daadwerkelijk de overeenkomsten geheel zijn nagekomen, mogen worden betrokken in de bonusberekening. Hoe dit zich verhoudt met de overeengekomen betalingstermijn van de bonus, te weten direct na afloop van het kwartaal waarin de overeenkomsten zijn gesloten, kon zij niet nader verklaren. Bovendien is in punt 8 van het Compensatie Plan bepaald dat als een overeenkomst wordt beëindigd, dit van invloed is op toekomstige bonussen. Er bestaat een gerede kans dat de door werkneemster gevorderde som aan bonussen door de bodemrechter zal worden toegewezen. Het gevorderde voorschot van 50% van € 972.693,42 zal dan ook worden toegewezen.