Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./Hode B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 15 juni 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:2145

werknemer c.s./Hode B.V.

Transitievergoeding kleine werkgever. In de situatie waarbij werkgever op de voor haarzelf nadelige wijze heeft getracht het voortbestaan van de onderneming te waarborgen, zou het onredelijk zijn om haar een succesvol beroep op de Overbruggingsregeling te ontzeggen.

Feiten

Werknemer 1 is op 1 juli 1989 in dienst getreden bij Hode. Werknemer 2 is op 1 mei 1991 in dienst getreden bij Hode. Hode heeft conform zijn verzoek toestemming van het UWV ontvangen om de arbeidsovereenkomsten met werknemer 1 en werknemer 2 op te zeggen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Hode heeft bij de aanvraag van de ontslagvergunning bij het UWV geen beroep gedaan op de Overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers (hierna: Overbruggingsregeling) en heeft niet op basis van artikel 8 van de Regeling UWV ontslagprocedure een daartoe strekkende verklaring aangevraagd. Bij afrekening van juni 2016 heeft Hode aan werknemer 1 een bruto transitievergoeding van € 2898 voldaan. Bij afrekening van juni 2016 heeft Hode aan werknemer 2 een bruto transitievergoeding van € 2916 voldaan. Werknemer 1 verzoekt Hode te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 27.219,07. Werknemer 2 verzoekt Hode te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 26.011,43.

Oordeel

Het gaat in deze zaak om de vraag of Hode al dan niet een beroep toekomt op de Overbruggingsregeling zodat zij slechts de verlaagde transitievergoeding aan werknemer 1 en werknemer 2 verschuldigd is. Werknemer 1 en werknemer 2 hebben zich op het standpunt gesteld dat Hode heeft nagelaten bij het UWV om toepassing van de Overbruggingsregeling te verzoeken, zodat zij zich om die reden thans niet bij de kantonrechter op de Overbruggingsregeling kan beroepen. De kantonrechter volgt werknemer 1 en werknemer 2 hier niet in. Noch artikel 7:673d BW noch de Ontslagregeling bepaalt dat voor een beroep op de Overbruggingsregeling een beslissing van het UWV is vereist. De kantonrechter zal dan ook beoordelen of deze in dit geval van toepassing is. De Overbruggingsregeling kent drie cumulatieve voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om daarvoor in aanmerking te komen. Deze voorwaarden zijn geformuleerd in artikel 24 Ontslagregeling. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of voldaan is aan de voorwaarde van het tweede lid, onderdeel a, van artikel 24 van de Ontslagregeling. Tussen partijen is niet in geschil dat het nettoresultaat van Hode ten aanzien van de jaren 2013 en 2015 kleiner was dan nul. Partijen verschillen wél van mening over de vraag of Hode ten aanzien van het jaar 2014 voldoet aan het vereiste dat het nettoresultaat kleiner is dan nul. Volgens de jaarrekening van Hode van het jaar 2014 had zij een positief resultaat van € 88. De kantonrechter overweegt dat een bedrijfsresultaat van € 88 verwaarloosbaar is en derhalve als nihil kan worden beschouwd. Daar komt bij dat Hode volgens de Wet op de loonbelasting € 44.000 aan loon per eigenaar uit de vennootschap had kunnen trekken. Dat betekent dat zij, gelet op het feit dat zij twee eigenaren heeft, zij een bedrag van € 88.000 in mindering hadden kunnen brengen op de omzet. Zij heeft echter slechts een bedrag van € 16.800 aan managementf ee uit de vennootschap onttrokken, waardoor het verwaarloosbare resultaat van € 88, in plaats van een negatief resultaat, is ontstaan. In deze situatie waarbij Hode op deze voor haarzelf nadelige wijze, ook in het belang van haar werknemers, heeft getracht het voortbestaan van de onderneming te waarborgen, zou het onredelijk zijn om haar een succesvol beroep op het bepaalde in artikel 7:673d lid 1 BW (en art. 24 van de Ontslagregeling) te ontzeggen. Voor zover werknemer 1 en werknemer 2 zich op het standpunt hebben gesteld dat het beroep van Hode op de Overbruggingsregeling gelet op de omstandigheden van het geval in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, wordt deze stelling door de kantonrechter verworpen. De conclusie is dat de verzoeken zullen worden afgewezen.