Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./X Holding BV c.s.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 27 juni 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:2885

werknemer c.s./X Holding BV c.s.

Aansprakelijkheid van bestuurder van door werknemers, als kopers van certificaten in de rechtspersoon, geleden schade als gevolg van het faillissement van de rechtspersoon, al dan niet door toedoen van die bestuurder.

Feiten

X is bestuurder van en enig aandeelhouder in A Beheer, die op haar beurt bestuurder van en enig aandeelhouder is in B Holding. X is sinds 2000 werkzaam als directeur bij MX Systems BV (hierna: MXS). Ook Y en Z zijn sinds 2000 in dienst van MXS. In 2008 heeft de bestuurder en enig aandeelhouder van MXS de aandelen in MXS verkocht en geleverd aan B Holding. In 2008 heeft X medewerkers van MXS de gelegenheid geboden om certificaten van aandelen in MXS te verwerven. Y en Z hebben op enig moment besloten om certificaten te verwerven. Z wilde de verwerving laten geschieden door Bouwlust BV, waarvan hij bestuurder en enig aandeelhouder is. Op 13 juli 2012 is MXS failliet verklaard. Y en Bouwlust (hierna: de werknemers) vorderen onder meer inleg terug, uit hoofde van een door X gedane toezegging. Subsidiair vorderen zij schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen. Meer subsidiair vorderen zij vernietiging van de koopovereenkomsten inzake de certificaten op grond van dwaling of bedreiging. De rechtbank heeft in eerste aanleg de vorderingen van de werknemers afgewezen, omdat zij niet hebben kunnen bewijzen dat X een toezegging heeft gedaan dat de werknemers hun inleg terug zouden ontvangen, indien de certificaten waardeloos zouden worden. Tegen dit vonnis komen de werknemers in hoger beroep.

Oordeel

Door bestuurder (al dan niet) gedane toezegging

Uit de verklaringen van de verschillende getuigen kan niet worden afgeleid dat X de toezegging heeft gedaan dat hij ook bij een geheel waardeloos worden van de certificaten de inleg zou terugbetalen. In dat verband is van belang dat C, als getuige gehoord, niet kan verklaren naar aanleiding van welke vraag de uitlating over het terugkrijgen van de inleg is gedaan. De in enquête gehoorde getuige D heeft evenmin verklaard over persoonlijke toezegging van X in het geval de certificaten waardeloos zouden worden. De rechtbank heeft aldus op goede gronden geoordeeld dat de werknemers het opgedragen bewijs inzake de toezegging niet hebben geleverd.

Dwaling, bedreiging en misbruik van omstandigheden

Werknemers stellen verder dat X bij het aangaan van de overeenkomst relevante informatie voor hen heeft verzwegen. Zij wijzen in dat verband op een dividenduitkering ad 1.400.000 aan X in 2008. In aanmerking genomen de door werknemers zelf gestelde waardebepaling van de certificaten, hebben zij onvoldoende gesteld dat en waarom de genoemde dividenduitkering relevantie toekomt voor de door hen gesloten overeenkomsten tot verwerving van de certificaten. Wat betreft de vermeende bedreiging, wordt geoordeeld dat de door werknemers gestelde bewoordingen, aangenomen dat zij zijn uitgesproken zoals gesteld, niet geschikt waren om een redelijk oordelend mens te beïnvloeden op de wijze zoals door werknemers is gesteld, zodat ook het beroep op bedreiging faalt.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Dat MXS door toedoen van X ‘aanzienlijke, onnodige en onverantwoorde’ uitgaven heeft gedaan in en na 2008 is gesteld noch gebleken. Ook het verwijt dat X in diezelfde periode bewust het aantrekken van nieuwe opdrachten heeft gefrustreerd en daardoor heeft aangestuurd op het faillissement van MXS, treft geen doel. De verklaringen die werknemers daartoe hebben gebruikt ter onderbouwing van hun stellingen dragen minder bij aan de onderbouwing van hun stellingen dan zij betogen. Zo verklaart E dat MXS haar prijzen niet omlaag bijstelde, zoals andere firma’s dat deden in tijden van economische achteruitgang, maar E legt geen uitdrukkelijk verband met het faillissement van MXS. Het hof is wel met werknemers van oordeel dat zonder nadere, door X nog onvoldoende gegeven toelichting, de vanaf 2008 toegekende managementvergoedingen niet direct in lijn lijken te zijn met een managementvergoeding van € 190.000 in 2007. X heeft verder in het geheel niet toegelicht waarom daarvoor een rechtvaardiging zou kunnen worden gevonden in het feit dat hij als bestuurder de aandelen van MXS heeft verworden. Dat is des te meer het geval in het licht van de in die jaren eveneens gedane ruimhartige dividenduitkeringen. Voor het jaar 2011 geldt bovendien dat uit het verslag van de curator blijkt dat de liquiditeitsproblemen van MXS zijn ontstaan in de loop van 2011 en dat die problemen kennelijk geen aanleiding hebben gevormd om de management fee vanaf dat moment bij te stellen. Het hof acht ter verdere beoordeling van de vraag of X in verband met management fees en de dividenduitkeringen in de jaren voor het faillissement van MXS een ernstig verwijt kan worden gemaakt en of aan hem in de gegeven omstandigheden tevens onrechtmatig handelen jegens de certificaathouders kan worden verweten, wellicht mede gelet op de wijze waarop de koopprijs van de certificaten is bepaald en is toegelicht aan de potentiële kopers, gewenst dat door partijen nadere inlichtingen worden verstrekt. Voor het verstrekken van deze inlichtingen wordt een comparitie van partijen gelast. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.