Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 30 juni 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:6259
werkneemster/X, h.o.d.n. Administratiekantoor X
Feiten
Werkneemster is op 17 januari 2017 bij Administratiekantoor X in dienst getreden en vervulde laatstelijk de functie van administratief medewerkster. Het dienstverband is op 3 april 2017 geëindigd met een ontslag op staande voet. In het verleden is sprake geweest van een affectieve relatie tussen partijen en heeft reeds een arbeidsovereenkomst tussen partijen bestaan. Deze arbeidsovereenkomst is, parallel aan de affectieve relatie tussen partijen, meermaals beëindigd. De beëindiging is tot op heden echter altijd ingetrokken wanneer de affectieve relatie weer werd voortgezet. Werkneemster verzoekt primair het verleende verslag te vernietigen en subsidiair een billijke vergoeding toe te kennen van € 6000. De werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden primair op basis van de e-grond, subsidiair op de g-grond, en meer subsidiair op de h-grond.
Oordeel
Het verzoek van werkneemster tot vernietiging van het ontslag op staande voet
De kantonrechter is van oordeel dat de door werkgever aangevoerde ontslaggronden onvoldoende specifiek zijn. Zo zijn de ontslaggronden, met name de ontvreemding van goederen, het niet nakomen en grovelijk veronachtzamen van verplichtingen die de arbeidsovereenkomst oplegt, en het zich negatief uitlaten over de werkgever ten opzichte van derden, niet nader toegelicht of concreet gemaakt. Daarnaast geldt dat de ontslaggronden, zoals genoemd in de ontslagbrief van 3 april 2017, reeds aan een eerder ontslag ten grondslag zijn gelegd, terwijl vast is komen te staan dat dit ontslag is ingetrokken. Van een onverwijld ontslag op staande voet kan om die reden geen sprake meer zijn. De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet.
Het zelfstandig verzoek van werkgever tot (voorwaardelijke) ontbinding
De kantonrechter is van oordeel dat het conflict tussen partijen voornamelijk het gevolg is van de problemen binnen de affectieve relatie van partijen, die eveneens weerslag hebben op de arbeidsverhouding, waarbij dit niet in overwegende mate aan een van de partijen te wijten is. De arbeidsovereenkomst kan om die reden niet worden ontbonden op basis van de e-grond. De kantonrechter is evenwel van oordeel dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, doordat partijen niet in staat zijn om privé en werk van elkaar gescheiden te houden, hetgeen voortdurend leidt tot escalaties aan confrontaties. Beide partijen zijn hiervoor verantwoordelijk. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op basis van de g-grond zonder toekenning van een billijke vergoeding aan werkneemster.