Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 22 juni 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:6005

werkneemster/werkgever c.s.

Nadat werkneemster – een rijinstructeur – haar lesauto, die zij ook voor privédoeleinden mocht gebruiken, diende in te leveren, vordert zij hiervoor compensatie. Vordering wordt toegewezen, nu het een vast loonbestanddeel betreft en gedaagden als haar werkgever dienen te gelden na een overgang van onderneming.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 november 2002 in dienst van onderneming 1 in de functie van rijinstructeur. Tot november 2016 heeft zij daarnaast een door onderneming 1 ter beschikking gestelde (les)auto voor privédoeleinden mogen gebruiken, waarbij de kosten (zoals onderhoud, verzekeringen, brandstof enz.) voor rekening van onderneming 1 kwamen. Tijdens een gesprek op 9 november 2016 heeft onderneming 1 werkneemster enkele verwijten gemaakt ter zake van haar functioneren en te kennen gegeven dat zij de aan haar ter beschikking gestelde lesauto niet (meer) mocht gebruiken. Compensatie voor het gemis van het privégebruik van de auto bleef uit. Op 13 december 2016 is werkneemster wegens ziekte uitgevallen en sindsdien heeft zij de overeengekomen arbeid niet meer verricht. Op 24 december 2016 heeft werkneemster bij de politie aangifte gedaan van bedreiging door vennoot X van onderneming 2. Begin januari 2017 heeft werkneemster vernomen dat vennoot X van onderneming 2 en vennoot Y van onderneming 2, onderneming 1 zouden gaan overnemen. Werkneemster is daarna per brief uitgenodigd deel uit te maken van het team van onderneming 2, maar werkneemster heeft hier niet op gereageerd. Onderneming 1 had vier lesautos’s, waarvan zij er één aan vennoot X van onderneming 2 heeft verkocht en één aan vennoot Y van onderneming 2. Ter zitting heeft vennoot X van onderneming 2 erkend dat er verschillende klanten zijn ‘overgenomen’ door de vennootschap. Werkneemster vordert – kort samengevat – terbeschikkingstelling van een lesauto en compensatie voor het geleden financiële nadeel als gevolg van het niet meer ter beschikking stellen van onder meer een lesauto en mobiele telefoon. Gedaagden hebben, ieder voor zich, verweer gevoerd.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de hierboven aangehaalde vaststaande feiten, in een bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid zal worden geoordeeld dat er sprake is van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:663 BW. Het verweer van vennoot X van onderneming 2 en vennoot Y van onderneming 2, dat er in wezen op neerkomt dat zij onderneming 1 niet hebben overgenomen maar in plaats daarvan een eigen rijschool zijn begonnen (een standpunt dat onderneming 1 zelf ook lijkt in te nemen gelet op haar stelling dat zij zich nog steeds als de werkgever van werkneemster beschouwt), overtuigt geenszins. Vennoot X van onderneming 2 en vennoot Y van onderneming 2 hebben zich in feite reeds vóór de overname als werkgevers althans als werkgevers in wording gedragen, zo blijkt onmiskenbaar uit de hierboven aangehaalde brieven van hun hand. Zij hebben vervolgens allebei een auto van onderneming 1 gekocht, ze gebruiken hetzelfde bezoekadres als onderneming 1 en gebruiken hetzelfde telefoonnummer, faxnummer en website en rijden, gelet op de foto’s zoals die zijn overgelegd, in ieder geval tot in juni 2017 met auto’s met het logo van onderneming 1. Bij het gevorderde onder 1 (het binnen 24 uur na betekening ter beschikking stellen van een (les)auto) heeft werkneemster, gelet op het feit dat zij op dit moment arbeidsongeschikt is, onvoldoende belang zodat het niet toewijsbaar is. Wel toewijsbaar is een voorschot op het geleden financieel nadeel als gevolg van het niet ter beschikking stellen van een lesauto, nu onweersproken vaststaat dat werkneemster vanaf aanvang arbeidsovereenkomst tot medio november 2016 een lesauto ook voor privédoeleinden mocht gebruiken en dat ook deed, zodat dit derhalve een vast loonbestanddeel is geworden dat de werkgever periodiek behoort te voldoen. Hetzelfde geldt voor de compensatie voor het niet ter beschikking stellen van een mobiele telefoon, waarvan de omvang (€ 38 per maand) onvoldoende is betwist en de kantonrechter aannemelijk voorkomt.