Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stigter Tuin & Serremeubelen Lansingerland B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 21 juni 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:4760

werknemer/Stigter Tuin & Serremeubelen Lansingerland B.V.

Arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, er is geen sprake van een stilzwijgende verlenging.

Feiten

Werknemer is met ingang van 22 maart 2016 bij Stigter in dienst getreden in de functie van Commercieel medewerker binnendienst, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 30 september 2016. In de onderhavige procedure is een brief afkomstig van Stigter, gedagtekend op 30 september 2016, overgelegd. Hierin staat dat de arbeidsovereenkomst met een maand wordt verlengd tot en met 31 oktober 2016 en op die datum van rechtswege zal eindigen. Bij brief aan Stigter d.d. 22 november 2016 stelt werknemer dat Stigter niet aan de wettelijke aanzegverplichting heeft voldaan, omdat op 7 oktober 2016 een contract ingaande 1 oktober 2016 is aangeboden, maar dat dit contract is gedateerd op 30 september 2016. Thans verzoekt werknemer de opzegging te vernietigen. Werknemer stelt zich op het standpunt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die stilzwijgend is verlengd voor dezelfde duur en onder dezelfde arbeidsvoorwaarden. Stigter voert gemotiveerd verweer.

Oordeel

Indien juist is dat de brief d.d. 30 september 2016 vóór 1 oktober 2016 is ontvangen en de inhoud daarvan is besproken kan van een stilzwijgende voortzetting geen sprake zijn. Dit kan slechts worden aangenomen indien geen van beide partijen zich over de verlenging van de arbeidsovereenkomst heeft uitgelaten. Ter mondelinge behandeling van 9 februari 2017 heeft de kantonrechter Stigter toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat Stigter op 30 september 2016 met werknemer heeft besproken dat de arbeidsovereenkomst met één maand wordt verlengd tot 31 oktober 2016, deze (verlengde) arbeidsovereenkomst na 31 oktober 2016 niet zal worden verlengd en van rechtswege zal eindigen, en deze punten schriftelijk zijn bevestigd aan werknemer in de op 30 september 2016 aan hem overhandigde brief d.d. 30 september 2016. Stigter heeft ter voldoening aan deze bewijslevering, naast hetgeen eerder al door haar naar voren is gebracht, de heer de S en de heer B als getuigen laten horen. De kantonrechter is op grond van voornoemde verklaringen, in samenhang met hetgeen voor het overige door partijen naar voren is gebracht, van oordeel dat Stigter is geslaagd in het aan haar opgedragen bewijs. Zo heeft B verklaard dat hij in grote lijnen op de hoogte was van de inhoud van de brief d.d. 30 september 2016, hij erbij was toen deze brief op 30 september 2016 werd geprint en hij op de hoogte was van de omstandigheid dat de S op 30 september 2016 rond lunchtijd met werknemer zou gaan praten over de verlenging van de arbeidsovereenkomst met een maand, alsmede dat per 1 november 2016 een oproepcontract zou worden aangeboden. Tevens heeft B verklaard dat hij heeft gezien dat de S zich die middag met de brief in zijn handen richting de personeelsruimte heeft begeven waarvan B wist dat werknemer zich daar bevond. De enkele omstandigheid dat B vanaf de balie niet in de personeelsruimte kon kijken, maakt nog niet dat hij niet met zekerheid kan zeggen dat werknemer zich in de personeelsruimte bevond. Dit geldt te meer nu werknemer zelf heeft verklaard dat de buitendeur van de personeelsruimte altijd op slot is. Voornoemde punten maakt naar het oordeel van de kantonrechter de verklaring van de S, in tegenstelling tot de verklaring van werknemer inhoudende dat hij zich op 30 september 2016 niet in de personeelsruimte bevond, alsmede dat er in het geheel geen gesprek heeft plaatsgevonden met de S, voldoende geloofwaardig. Daarbij speelt tevens een rol dat niet is gebleken dat werknemer in oktober 2016 op enig moment op de inhoud van de brief d.d. 30 september 2016, ook niet dat daarin onjuistheden zouden staan, heeft gereageerd. Uit de in die brief opgenomen zinsneden ‘Middels deze brief bevestigen wij uw brief dat uw arbeidsovereenkomst, parttime voor drie dagen in de week, eindigend op 30 september 2016, zoals eerder is overeengekomen met een maand is verlengd tot en met 31 oktober 2016’ en ‘Wel bevestigen wij overeen te zijn gekomen, vanaf 1 november 2016, een “0-24 uur” parttime arbeidsovereenkomst met onbepaalde tijd aan te gaan voor de zelfde functie als commercieel medewerker buitendienst/chauffeur’, blijkt dat partijen eerder (mondeling) over (voortzetting van) het dienstverband na 1 oktober 2016 hebben gesproken. Nu naar het oordeel van de kantonrechter vaststaat dat werknemer de brief d.d. 30 september 2016 op 30 september 2016 heeft ontvangen, kan van een verlenging zonder tegenspraak geen sprake zijn. De arbeidsovereenkomst is dan ook per 31 oktober 2016 van rechtswege tot een einde gekomen. Het door werknemer verzochte wordt dan ook afgewezen.