Rechtspraak
werknemer/G4S
Feiten
Werknemer is op 25 maart 1993 in dienst getreden bij G4S. De laatste functie die werknemer vervulde, is die van visiteur/beveiliger. Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst met G4S te ontbinden op grond van artikel 7:671c BW en G4S te veroordelen tot doorbetaling van zijn salaris vanaf 1 september 2016 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden. Aan dit verzoek legt werknemer ten grondslag dat sprake is van tekortschieten van G4S in haar verplichtingen en verantwoordelijkheden als werkgever. G4S komt haar verplichtingen op basis van de arbeidsovereenkomst niet na, betaalt geen loon meer en verricht geen re-integratie-inspanningen. Voorts heeft G4S werknemer niet in staat gesteld scholing te volgen.
Oordeel
G4S verzet zich niet tegen beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter zal het verzoek van werknemer toewijzen en is voornemens de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 april 2017. Werknemer heeft verzocht G4S te veroordelen tot doorbetaling van zijn salaris vanaf 1 september 2016 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden. Op 27 mei 2016 was werknemer twee jaar onafgebroken arbeidsongeschikt, zodat de verplichting van G4S tot doorbetaling van het salaris eindigde. G4S heeft werknemer echter onverplicht doorbetaald, en wel tot 1 september 2016. Het UWV heeft bevestigd dat G4S voldoende heeft gedaan ten behoeve van de re-integratie van werknemer. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek van werknemer afgewezen dient te worden. Daarnaast geldt dat werknemer vanaf 1 september 2016 geen arbeid heeft verricht en zich niet beschikbaar heeft gehouden voor arbeid zodat G4S (ook) daarom geen loonbetalingsplicht heeft. Werknemer heeft immers volgens eigen zeggen vanaf 1 september 2016 tot half december 2016 fulltime gewerkt via een uitzendbureau. Vervolgens heeft werknemer een WW-uitkering ontvangen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen. Ter zitting kwam naar voren dat werknemer G4S vooral verwijt dat zij hem in zijn eigen functie heeft laten werken vanaf 1 mei 2016, terwijl hij dit niet aankon. Hoewel het – achteraf beschouwd – misschien niet verstandig was om naar werknemer te luisteren en hem conform zijn verzoek en tegen het advies van de bedrijfsarts in wederom in zijn eigen functie te laten werken, is dit niet ernstig verwijtbaar. Dit was de eigen, uitdrukkelijke, wens van werknemer.