Naar boven ↑

Rechtspraak

Mediocosmetics B.V./werkneemster
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 10 mei 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:8328

Mediocosmetics B.V./werkneemster

Schending geheimhoudingsbeding doordat werkneemster omzetlijsten van werkgever heeft laten zien aan haar vader en partner. Matiging boete tot € 5.000.

Feiten

Mediocosmetics, mede handelende onder de naam Clinic 28, is een kliniek die zich toelegt op injectables en andere al dan niet medisch geïndiceerde cosmetische behandelingen. Daarnaast bestaat Crest Clinic B.V. (hierna: Crest) dat eveneens handelt onder de naam Clinic 28. Werkneemster is sinds 2003 in dienst geweest van (de rechtsvoorgangers van) Mediocosmetics. In de arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingsbeding opgenomen. Bij beschikking van de kantonrechter van deze rechtbank van 9 januari 2014 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 februari 2014 ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen. In een procedure tegen Crest heeft werkneemster tijdens een getuigenverhoor op 16 maart 2016 onder ede verklaard dat zij omzetlijsten van Crest heeft laten zien aan haar vader en partner. Mediocosmetics vordert dat de kantonrechter werkneemster veroordeelt te betalen een bedrag van € 20.000 als boete voor het overtreden van het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen geheimhoudingsbeding.

Oordeel

De kantonrechter neemt gelet op genoemd vonnis van 17 november 2016 als vaststaand aan dat de werkzaamheden van werkneemster in dienst van Mediocosmetics óók het verzorgen van de administratie van Crest betroffen. Derhalve moet worden aangenomen dat de omzetlijsten vallen onder het bepaalde in lid 1 en 2 van het geheimhoudingsbeding. De kantonrechter komt tot de conclusie dat werkneemster in strijd heeft gehandeld met het geheimhoudingsbeding. Vervolgens beoordeelt de kantonrechter of hij gebruik zal maken van zijn bevoegdheid tot matiging van het boetebeding. Daarbij zal de rechter moeten letten op alle omstandigheden van het geval. Ad (a) De aard van de overeenkomst: een boetebeding als het onderhavige is geen ongebruikelijk beding in arbeidsovereenkomsten. Ad (b) De inhoud en de strekking van het beding: van belang is dat het hier om bescherming van patiëntgegevens gaat en werkneemster gelet op haar functie zonder meer heeft moeten begrijpen dat het van het grootste belang is dat dergelijke vertrouwelijke gegevens omtrent personen en medische behandelingen uiterst vertrouwelijk behandeld worden en niet op enigerlei wijze ter kennis komen van derden. Ad (c) De verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete: er is niet gesteld of gebleken dat Mediocosmetics daadwerkelijk schade heeft geleden of zal lijden door de overtreding van werkneemster van het geheimhoudingsbeding. Ad (d) De omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen: de kantonrechter acht van belang dat het beding na afloop van de hiervoor genoemde procedure is ingeroepen uitsluitend naar aanleiding van de door werkneemster als getuige in die procedure afgelegde verklaring. Ad (e) De hoedanigheid van partijen: werkneemster had ten tijde van haar indiensttreding bij de rechtsvoorganger(s) van Mediocosmetics weinig ruimte om een dergelijk boetebeding niet te accepteren. Inmiddels is de arbeidsovereenkomst tussen partijen door de kantonrechter van deze rechtbank ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De verstoorde arbeidsverhouding is, naar de kantonrechter concludeert, mede aanleiding geweest voor de vordering van werkneemster tegen Crest in het kader waarvan werkneemster de omzetlijsten heeft getoond aan haar vader en partner. Een en ander afwegend en bezien tegen de achtergrond van het salarisniveau van werkneemster, is de kantonrechter van oordeel dat oplegging van een boete van € 20.000 onder de gegeven omstandigheden tot een onaanvaardbaar resultaat zou leiden, zodat de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de boete wordt gematigd tot het niveau van drie maanden salaris, oftewel (afgerond) € 5.000. De vordering van Mediocosmetics zal daarom tot dit bedrag worden toegewezen.