Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 7 juli 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:6614

werknemer/werkgever

Kort geding. Afwijzing loonvordering van werknemer die geen medewerking verleende aan de evaluatie van het plan van aanpak. De bedrijfsarts noch de verzekeringsarts stelt dat werknemer om medische redenen niet in staat was om met zijn werkgever het plan van aanpak te evalueren.

Feiten

Werknemer werkt sinds vijf jaar krachtens arbeidsovereenkomst in dienst van werkgever in de functie van tankstationmedewerker. Werknemer is vanaf 21 december 2016 tot op heden onafgebroken arbeidsongeschikt wegens ziekte. Bedrijfsarts X spreekt in zijn “Probleemanalyse en advies” van 12 januari 2017 over “afstemmingsproblematiek” tussen werkgever en werknemer. Op enig moment daarna nodigt werkgever werknemer uit voor een bespreking op 21 april 2017 teneinde het plan van aanpak (de re-integratie) te evalueren. Daarbij is door werkgever medegedeeld dat indien werknemer niet op het gesprek verschijnt, het loon vanaf die dag niet zal worden uitbetaald. Werknemer is niet ingegaan op genoemde uitnodiging van werkgever, waarna werkgever vanaf 21 april 2017 het loon niet meer doorbetaalt. Werknemer vordert de veroordeling van werkgever tot doorbetaling van het loon vanaf 21 april 2017 met rente en verhoging en op verbeurte van een dwangsom.

Oordeel

Nu ter zitting is komen vaststaan dat werkgever het loon per 16 juni 2017 weer doorbetaalt, beperkt het geschil zich tot het loon over de periode 21 april 2017 tot en met 15 juni 2017. Verder beperkt het geschil zich tot de vraag of van werknemer, vanuit medisch oogpunt, verlangd kon worden om zich op 21 april 2017 bij zijn werkgever te melden teneinde het plan van aanpak voor zijn re-integratie te evalueren. Het is om die reden dat de kantonrechter het deskundigenoordeel van de verzekeringsarts van het UWV wilde afwachten alvorens te beslissen: ter zitting werd van de zijde van werknemer de suggestie gewekt dat dát een van de vragen was die aan de deskundige waren gesteld. Op grond van artikel 7:629 lid 3 sub e BW heeft werknemer geen recht op doorbetaling van het loon voor de tijd gedurende welke hij zonder deugdelijke grond niet meewerkt aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het plan van aanpak. De bewijslast ten aanzien van de stelling dat werknemer op 21 april 2017 om medische redenen niet in staat was om zich in persoon bij zijn werkgever te melden ter evaluatie van het plan van aanpak, rust op hem. De kantonrechter acht de mate van aannemelijkheid dat in een bodemprocedure in het voordeel van werknemer beslist zal worden onvoldoende om de gevraagde voorziening te kunnen toewijzen. De bedrijfsarts noch de verzekeringsarts stelt dat werknemer om medische redenen niet in staat was om op 21 april 2017 in persoon met zijn werkgever het plan van aanpak te evalueren. De kantonrechter wijst de vordering af.