Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ARBO Pompen en Filters B.V.
Rechtbank Noord-Nederland, 15 augustus 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:3140

werknemer/ARBO Pompen en Filters B.V.

Beoordeling a-grond na ontslag werknemer met toestemming UWV. De herplaatsingsinspanning houdt in overleg van werkgever met werknemer. Daar heeft werkgever niet aan voldaan. Geen herstel dienstverband maar billijke vergoeding.

Feiten

Werknemer is op 1 april 2014 in dienst getreden bij ARBO. In de arbeidsovereenkomst is in artikel 14 en 15 een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. ARBO heeft, met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van een maand, de arbeidsovereenkomst opgezegd (met toestemming van het UWV op grond van bedrijfseconomische omstandigheden). Werknemer vordert primair – verkort weergegeven – de opzegging per 1 mei 2017 te vernietigen en de arbeidsovereenkomst te herstellen, en subsidiair om ten laste van ARBO een billijke vergoeding toe te kennen en werknemer te ontheffen uit zijn verplichtingen voortvloeiend uit het concurrentiebeding. ARBO verzet zich tegen toekenning van een billijke vergoeding en de ontheffing uit het concurrentiebeding. Voor zover de arbeidsovereenkomst van werknemer zal worden hersteld, verzoekt ARBO werknemer te veroordelen tot terugbetaling van de transitievergoeding.

Oordeel

Het verweer van werknemer dat UWV bij de beoordeling van de ontslagaanvraag uit is gegaan van een onjuist toetsingskader en dat zij derhalve de ontslagvergunning ten onrechte heeft verleend, wordt door de kantonrechter verworpen. In ieder geval brengt het UWV-dossier en het verder verhandelde in deze procedure, de kantonrechter tot het oordeel dat er een afdoende bedrijfseconomische reden is voor het vervallen van de arbeidsplaats van werknemer. Omdat de functie van werknemer een unieke is, valt over enige ontslagvolgorde niets te zeggen. Voordat de kantonrechter tot de conclusie kan komen dat er een redelijke grond is voor het ontslag van werknemer, moet vast komen te staan dat ARBO haar inspanningsverplichting tot herplaatsing van werknemer in een andere passende functie is nagekomen. In de onderhavige zaak staat vast dat ARBO geen enkel (voorafgaand) contact met werknemer heeft gehad over het door haar voorgenomen ontslag en ook niet in het kader van haar herplaatsingsverplichting. De kantonrechter is van oordeel dat daardoor in beginsel niet is voldaan aan de herplaatsingsverplichting. ARBO heeft onvoldoende aangevoerd om, als uitzondering op het beginsel, tot de conclusie te kunnen komen dat het volstrekt helder was dat herplaatsing niet mogelijk was waardoor voorafgaand overleg met hem niet nodig was. Niet valt in te zien dat een passende functie een gelijksoortige moet zijn. ARBO heeft door hierover niet het gesprek aan te gaan geen rekening gehouden met de belangen van werknemer op dit punt. Wat hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat ARBO de arbeidsovereenkomst met werknemer heeft opgezegd in strijd met artikel 7:669 lid 1 BW. Dat het zover gekomen is, is vanwege het ernstig verwijtbaar niet-nakomen door ARBO van de herplaatsingsverplichting. Dit betekent dat de kantonrechter het subsidiair gevorderde alternatief, een billijke vergoeding, aan werknemer zal toekennen ten laste van ARBO. Indachtig het “Kappersarrest” van de Hoge Raad van 30 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1187) vindt de kantonrechter dat de gevraagde billijke vergoeding in de onderhavige zaak een alternatief moet vormen voor wat de werknemer mist, herstel van de dienstbetrekking en de verdiensten daar uit. De kantonrechter komt dan tot de conclusie dat een billijke vergoeding als gevraagd door werknemer van € 15.000 niet te hoog is en dat deze daarom zal worden toegewezen. Werknemer heeft ten slotte gevorderd dat hij zal worden ontheven van het concurrentiebeding. De kantonrechter is van oordeel dat de aanwezige bedrijfseconomische reden voor het ontslag ten minste mede is gelegen in de economische crisis van de afgelopen jaren. Daarnaast is er een tweede rechtsgrond voor de ontheffing van het concurrentiebeding, namelijk de hiervoor besproken ernstige verwijtbaarheid aan de kant van ARBO in verband met artikel 7:653 lid 4 BW. De kantonrechter zal de vordering toewijzen.