Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Sociaal Fonds Taxi/Stichting Personenvervoer c.s.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 12 september 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:3998

Stichting Sociaal Fonds Taxi/Stichting Personenvervoer c.s.

Toewijzing vordering SFT tot medewerking van Stichting Personenvervoer aan onderzoek SFT op grond van de cao. Stichting Personenvervoer dient tevens een forfaitair bedrag aan schadevergoeding te betalen wegens niet tijdig aanleveren gegevens. Bestuurder niet hoofdelijk aansprakelijk.

Feiten

Stichting Personenvervoer heeft in de periode waarin de cao Taxivervoer en cao Sociaal Fonds Taxi algemeen verbindend zijn verklaard een onderneming gedreven die tegen betaling personenvervoer verrichtte in de zin van de Wet personenvervoer 2000 en zij viel hiermee in beginsel onder de werkingssfeer van de cao’s. Bedrijven die onder de werkingssfeer van de cao vallen, worden door de SFT gecontroleerd op naleving van bepalingen in voornoemde cao. Bij brief van 20 november 2012 heeft SFT Stichting Personenvervoer medegedeeld een schriftelijk onderzoek over de voorgaande twaalf maanden te willen instellen teneinde te bezien of zij de cao getrouwelijk naleeft. SFT geeft vervolgens aan welke gegevens zij binnen vijftien werkdagen van Stichting Personenvervoer wil ontvangen, waaronder een overzicht van alle personen die werkzaam zijn geweest in deze periode. Bij brieven van 17 en 20 december 2012 heeft SFT Stichting Personenvervoer wederom aangeschreven met het verzoek om voormelde stukken aan te leveren. Bij aangetekende brief van 7 januari 2013 heeft SFT Stichting Personenvervoer gesommeerd om binnen veertien dagen de stukken aan te leveren bij gebreke waarvan een schadevergoeding verschuldigd wordt. De advocaat van Stichting Personenvervoer heeft bij aangetekende brief van 14 augustus 2013 Stichting Personenvervoer nogmaals verzocht om de gevraagde informatie. In de onderhavige procedure vordert SFT om Stichting Personenvervoer c.s. hoofdelijk te veroordelen tot overlegging van de gevraagde gegevens, zulks op straffe van een dwangsom. Stichting Personenvervoer c.s. heeft gemotiveerd verweer gevoerd. In het vonnis van 25 september 2014 heeft de kantonrechter de vorderingen van SFT afgewezen en haar in de proceskosten veroordeeld.

Oordeel

SFT heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen. Met grief 1 betoogt het SFT dat de kantonrechter ten onrechte heeft beslist dat er geen werknemers van Stichting Personenvervoer actief zijn geweest in de controleperiode. Het hof betrekt in dit oordeel dat Stichting Personenvervoer niet betwist dat zij het SFT informatie diende te verschaffen en uit haar stellingen blijkt dat zij erkent te moeten aantonen dat er geen werknemers in de controleperiode bij haar werkzaam zijn geweest. Naar het oordeel van het hof kan SFT onder de gegeven omstandigheden met recht overlegging van nadere gegevens vragen over de controleperiode voor zover die valt in 2011. De grief slaagt dan ook. Gelet op het feit dat Stichting Personenvervoer op drie brieven van het SFT, geschreven eind 2012, niet heeft gereageerd, ziet het hof aanleiding om een dwangsom op te leggen. SFT betoogt in haar tweede grief dat de kantonrechter ten onrechte de gevorderde schadevergoeding heeft afgewezen. Het hof stelt vast dat Stichting Personenvervoer eerst in de lopende procedure bij de kantonrechter aan SFT informatie heeft verschaft. Stichting Personenvervoer stelt dat zij eerder heeft gereageerd, namelijk bij brief van 15 januari 2013 maar SFT stelt deze brief nooit te hebben ontvangen. Op grond van artikel 3:37 BW geldt de ontvangsttheorie, inhoudende dat een tot een persoon gerichte verklaring haar moet hebben bereikt om haar werking te hebben. Nu SFT heeft aangegeven geen reactie te hebben ontvangen en Stichting Personenvervoer niet ten bewijze aanbiedt dat haar brief wel is ontvangen, staat in rechte vast dat de brief SFT niet heeft bereikt. Naar het oordeel van het hof maakt SFT met recht aanspraak op het forfaitaire schadebedrag. In haar vierde grief betoogt SFT dat de kantonrechter ten onrechte haar vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten heeft afgewezen. Het hof verwerpt de grief. SFT heeft een hoofdelijke veroordeling gevorderd, in die zin dat niet alleen Stichting Personenvervoer dient te worden veroordeeld maar ook haar bestuurder. Hoewel in rechte is komen vast te staan dat de brief van 15 januari 2013 geen werking heeft gehad, is niet gebleken dat hij deze brief destijds niet heeft verzonden. Hoewel Stichting Personenvervoer na de ontvangst van de dagvaarding, waaruit bleek dat de brief van 15 januari 2013 niet was ontvangen, alsnog direct had behoren te reageren, is dit nalaten niet zodanig dat dit tevens te kwalificeren is als onrechtmatig handelen van de bestuurder in die zin dat de bestuurder van de Stichting Personenvervoer daarvan een persoonlijk en voldoende ernstig verwijt treft. De vorderingen jegens Stichting Personenvervoer zullen zoals in het dictum geformuleerd worden toegewezen, de vorderingen jegens de bestuurder van de Stichting Personenvervoer worden afgewezen.