Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 28 maart 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:1197
Start People B.V./werknemer
Feiten
Bij het tussenvonnis van 17 januari 2018 is Start People in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat bedrijfsnaam 1 de factuur van bedrijfsnaam 2 van 29 april 2015 heeft voldaan, dat bedrijfsnaam 1 deze betaling heeft doorbelast aan Start People en dat Start People dit bedrag vervolgens aan bedrijfsnaam 1 heeft voldaan.
Oordeel
Anders dan werknemer bij antwoordakte heeft aangevoerd, volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit die bescheiden dat bedrijfsnaam 1 de factuur van 29 april 2015 ter zake van de doorbelaste boete van € 2.680 (inclusief € 160 aan dossierkosten) op 10 juni 2015 heeft betaald aan bedrijfsnaam 2 BVBA. Verder heeft Start People een factuur van bedrijfsnaam 1 d.d. 5 juni 2015 gericht aan Start People in het geding gebracht waarin zij de boete alsmede de dossierkosten bij Start People in rekening brengt. Blijkens een verklaring van ING Bank d.d. 26 januari 2018 heeft Start People daarna het bedrag aan bedrijfsnaam 1 voldaan. Met het in het geding brengen van deze hiervoor aangehaalde bescheiden, heeft Start People dan ook het bewijs geleverd. Zij is derhalve geslaagd in haar bewijsopdracht. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen staat vast dat Start People de boete op de overtreding heeft voldaan aan bedrijfsnaam 1. De vraag is dan vervolgens aan de orde of Start People deze boete heeft mogen verrekenen met het salaris van werknemer en of het deel van de boete dat zij niet heeft kunnen verrekenen, door werknemer alsnog voldaan dient te worden aan Start People. De kantonrechter overweegt hieromtrent als volgt. In haar dagvaarding heeft Start People gesteld dat vaste rechtspraak is dat het verrekenen van een verkeersboete niet onder artikel 7:661 BW valt. Start People doelt in dit geval op het arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC8791). In onderhavige zaak is evenwel geen sprake van een verkeersovertreding die ingevolge artikel 5 van de WAHV aan Start People is opgelegd, maar van overtreding van de Rij- en Rusttijdenregelingen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan Start People, gelet op de overwegingen van de Hoge Raad, geen beroep doen op dit arrest. Hetgeen hiervoor is overwogen betekent dat Start People, nu niet is gesteld of gebleken dat in het geval van werknemer sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, ingevolge het bepaalde in de eerste volzin van lid 1 van artikel 7:661 BW de boete zal moeten dragen. Ook de aard van de (arbeids)overeenkomt tussen partijen verzet zich er derhalve tegen dat werknemer de gevolgen daarvan draagt. De slotsom van het voorgaande is dan ook dat Start People de boetes die door haar zijn voldaan in verband met het overtreden van de rij- en rusttijdenregelingen, niet op werknemer kan verhalen. De vordering van Start People in conventie zal derhalve worden afgewezen.