Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 22 mei 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2219
werknemers/Stichting Catharinaziekenhuis
Feiten
Eindarrest in zaak van AR 2018-0591 en verder. Kort gezegd gaat het om de vraag of werkgeefster haar contractuele verplichtingen en/of verplichtingen uit goed werkgeverschap jegens werknemers, radiotherapeutisch laboranten senior, heeft nageleefd bij de vaststelling van hun functiebeschrijving. In het aan dit eindarrest voorafgaande tussenarrest is deskundige Y benoemd. Deskundige Y heeft nader onderzoek verricht nadat deskundige X dit om hem moverende redenen niet heeft verricht. Het deskundigenrapport van deskundige Y staat hier centraal. Het hof wijst vervolgens zijn eindarrest.
Oordeel
In zijn deskundigenbericht heeft deskundige Y beschreven dat in 2001 voor de radiotherapeutisch laboranten een functiebeschrijving is vastgesteld, waarbij is aangegeven dat een aantal addenda onderdeel van de functiebeschrijving uitmaken. In deze addenda zijn structurele extra werkzaamheden opgenomen. Vervolgens is de functie herbeschreven en maken de addenda geen onderdeel meer uit van de beschrijvingen. Daarvoor in de plaats zijn de structurele extra taken en criteria opgenomen zoals verwoord in het beloningsbeleid afdeling radiotherapie van 2005. Het beloningsbeleid houdt functie-inhoudelijke criteria in voor de toekenning van de senior (en medior) functie. Binnen het beloningsbeleid zijn taakinhoudelijke aspecten opgenomen, welke in een beloningsbeleid niet thuishoren, aldus – steeds – deskundige Y. Uit het voorgaande concludeert hij dat de in het geding zijnde functiebeschrijvingen niet voldoen aan het kwaliteitscriterium ‘het beschrijven van de daadwerkelijk uitgeoefende functie’ vanwege het ontbreken van bij de functie behorende structurele taken. Volgens deskundige Y is het in elk geval voor de toepassing van FWG onduidelijk welke van de oorspronkelijk in de addenda opgenomen structurele extra taken aan welke medewerker gekoppeld moeten worden. Het hof volgt de zienswijze van deskundige Y. Zijn motivering van die conclusie komt het hof overtuigend voor. Daarbij heeft het hof ook in aanmerking genomen dat de expertise van deskundige Y ten aanzien van de toepassing van functiewaarderingssystemen, onder andere ook in de zorgsector, onomstreden is en dat hij over ruime ervaring op dit gebied beschikt waaruit hij ook zichtbaar geput heeft bij het opstellen van het deskundigenbericht. Naar het oordeel van het hof voldoet de motivering van het rapport aan de daaraan te stellen eisen van kenbaarheid en controleerbaarheid. Het rapport bevat ook de gegevens om de bevindingen, gedachtegang en conclusies van de deskundige zo veel mogelijk te kunnen volgen en controleren. Daarbij verdient aandacht dat deskundige Y betekenis toekent aan voormeld beloningsbeleid van 2005. Hij heeft daarbij aangetekend dat de ondernemingsraad van werkgeefster de instemming voor dit beleid klaarblijkelijk heeft ingetrokken. Met inachtneming van de hier te verrichten marginale toets is het hof van oordeel dat voldoende is vast komen te staan dat werkgeefster haar contractuele verplichtingen voortvloeiend uit de cao en het beginsel van goed werkgeverschap jegens werknemers niet heeft nageleefd. Werkgeefster dient de desbetreffende contractuele verplichtingen en het beginsel van goed werkgeverschap alsnog na te komen.