Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Zuid-West Fryslân/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 20 december 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:5260

Stichting voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Zuid-West Fryslân/werknemer

Het verrichten van verboden nevenactiviteiten onder werktijd levert geen verwijtbaar handelen op, omdat de nevenactiviteiten niet op gespannen voet staan met de bedongen arbeid dan wel de belangen van werkgever anderszins schaden.

Feiten

Werknemer is op 13 september 2004 bij de Stichting voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Zuid-West Fryslân (hierna: CVO) in dienst getreden, laatstelijk in de functie van hoofd frontoffice. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het Voortgezet Onderwijs (hierna: cao VO) van toepassing. Werknemer is onder meer verantwoordelijk voor het coördineren en verhuren van ruimtes van CVO en het maken van afspraken over aantallen, tijdsduur, kosten en dergelijke. Thans wordt werknemer verweten dat hij zonder toestemming een zaalruimte van CVO aan derden heeft verhuurd en de daaruit voortvloeiende inkomsten voor zichzelf heeft behouden. Ook wordt werknemer verweten dat hij de leerlingenvereniging jaarlijks een bedrag van € 700,00 voor schoonwerkzaamheden (op een kerstgala) heeft laten betalen, terwijl hij voor diezelfde werkzaamheden bij CVO overuren heeft gedeclareerd. Verder is uit een door CVO verricht onderzoek gebleken dat werknemer sinds 2016 onder werktijd werkzaamheden voor zijn eenmanszaak verricht. CVO heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden; primair wegens verwijtbaar handelen en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding.

Oordeel

Gedeclareerde overuren

De kantonrechter is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat werknemer meerdere bedragen voor dezelfde werkzaamheden bij CVO en de leerlingenvereniging in rekening heeft gebracht. In dit verband heeft werknemer uitdrukkelijk gesteld dat de vergoeding van € 700 is bedoeld als onkostenvergoeding voor gemaakte overuren met betrekking tot schoonmaakwerkzaamheden die ná het gala zijn verricht. Diezelfde uren zijn niet ook bij CVO opgegeven. Dit verwijt kan derhalve niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst leiden.

Nevenactiviteiten

CVO voert aan dat werknemer ten onrechte heeft nagelaten een melding te maken van zijn nevenactiviteiten en aldus in strijd heeft gehandeld met de in de cao VO neergelegde meldingsplicht en de Omgangs- en integriteitscode van CVO. De kantonrechter volgt CVO hierin niet, omdat de voornoemde regelingen niet volledig op elkaar aansluiten en derhalve tot onduidelijkheden leiden. Daarnaast wordt geoordeeld dat de nevenactiviteiten van werknemer niet op gespannen voet staan met zijn werkzaamheden voor CVO dan wel de belangen van CVO anderszins schaden. Dit verwijt rechtvaardigt dan ook geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hetzelfde geldt voor het verwijt dat werknemer zich onder werktijd veelvuldig heeft beziggehouden met zijn nevenactiviteiten. De omstandigheid dat werknemer heeft erkend onder werktijd persoonlijke e-mailberichten te hebben verstuurd, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders, omdat het aantal e-mails daarvoor onvoldoende is. Bovendien wordt opgemerkt dat CVO bij het uitvoeren van het onderzoek aan de computer van werknemer in strijd heeft gehandeld met haar eigen reglement door werknemer vooraf niet te horen en op de hoogte te stellen van het feit dat zijn e-mails zou worden gecontroleerd. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de nevenactiviteiten van werknemer niet kunnen bijdragen aan de gronden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Verhuur van zaalruimte aan derden

Volgens de kantonrechter levert het feit dat werknemer heimelijk en tegen de regels in gelden uit verhuur voor zichzelf heeft geïncasseerd verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW op. Of daarvan in het onderhavige geval sprake is, kan gelet op het gemotiveerde verweer van werknemer niet worden vastgesteld. Werknemer voert aan dat zijn handelwijze in lijn is met afspraken die in het verleden met leidinggevenden bij CVO zijn gemaakt met betrekking tot de afrekening ten aanzien van werkzaamheden in het kader van bepaalde activiteiten buiten de reguliere schooluren. De kantonrechter oordeelt dat het essentieel is dat duidelijkheid wordt verschaft over de met betrekking tot de verhuur van ruimte aan derden gemaakte afspraken. Werknemer wordt toegelaten tot het leveren van bewijs. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.