Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Bang! Media Group B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 september 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:6557

werkneemster/Bang! Media Group B.V.

Werkneemster is bevriend met de vriendin van de voormalig medeoprichter van werkgever. Werkgever wijzigt functie van werkneemster uit angst voor het delen van vertrouwelijke informatie door werkneemster. Werkgever mocht functie niet eenzijdig wijzigen.

Feiten

Werkneemster is op 1 april 2017 in dienst getreden bij Bang! Media Group B.V. (hierna: BMG). De arbeidsovereenkomst bevat een verbod op nevenwerkzaamheden, een concurrentiebeding, een geheimhoudingsbeding en een boetebeding dat ziet op voornoemde bedingen. Ook bevat de overeenkomst een eenzijdig wijzigingsbeding. Werkneemster is bevriend geraakt met X, de vriendin van Y, medeoprichter van BMG. X en Y zijn medio 2018 bij BMG vertrokken. BMG heeft zijn twijfel uitgesproken of werkneemster in staat is haar functie te vervullen door de persoonlijke banden die zij onderhoudt met X, omdat zij in aanraking komt met vertrouwelijke informatie van BMG en BMG zich zorgen maakt dat deze informatie terecht komt bij Y. Werkneemster heeft zich op het standpunt gesteld dat het geheimhoudingsbeding BMG voldoende zekerheid zou moeten bieden en dat BMG geen juridische grondslag heeft om werkneemster te verplichten een andere functie te vervullen. Partijen hebben in een gesprek op 3 juli 2019 geen oplossing kunnen bereiken. Werkneemster verzoekt onder meer wedertewerkstelling in haar eigen functie, op straffe van een dwangsom.

Oordeel

Kern van het geschil is of, naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, BMG eenzijdig de functie van werkneemster mocht wijzigen. Dat sprake is van een functie waarbij werkneemster in aanraking komt met vertrouwelijke informatie staat niet ter discussie. Daarmee is het zwaarwegend belang van BMG echter nog niet gegeven. Dat kan anders zijn als er sprake is van een (reëel) risico dat werkneemster deze informatie (al dan niet onbedoeld) deelt met een (mogelijke) concurrent. Het betreft in deze zaak geen liefdesrelatie maar een vriendschappelijke relatie, hetgeen wezenlijk verschil maakt en het risico op het onbedoeld delen van gevoelige informatie aanzienlijk verkleint. Ook is geen sprake van een rechtstreekse relatie tussen werkneemster en Y. Daar komt nog bij dat geenszins aannemelijk is gemaakt dat Y ten opzichte van BMG concurrerende activiteiten ontplooit. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een reële vrees dat werkneemster (onbedoeld) vertrouwelijke informatie deelt met Y. Geoordeeld wordt dan ook dat geen sprake is van een zwaarwichtig belang als bedoeld in artikel 7:613 BW, laat staan dat sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang dat het belang van werkneemster bij het behoud van haar functie dient te wijken. Reeds om die reden kan BMG geen beroep doen op het eenzijdig wijzigingsbeding, zodat werkneemster aanspraak kan maken op haar oorspronkelijke overeengekomen functie. De vordering tot wedertewerkstelling wordt toegewezen onder last van een dwangsom (€ 500 per dag).