Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 20 september 2019
ECLI:NL:RBGEL:2019:4140
P. Bestebreurtje B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is vanaf 2007 tot 1 september 2018 als commercieel medewerker buitendienst in dienst geweest bij P. Bestebreurtj B.V. (hierna: Bestebreurtje). Bestebreurtje voert een onderneming die zich toelegt op verkoop van producten en diensten aan land- en tuinbouwbedrijven. In de tussen partijen geldende schriftelijke arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingsbeding opgenomen. De arbeidsovereenkomst is in gezamenlijk overleg geëindigd en dit is vastgelegd in een 'beëindiging-/vaststellingsovereenkomst' (verder: de vaststellingsovereenkomst), die is ondertekend op 23 mei 2018. Per 1 september 2018 is werknemer in dienst getreden bij de firma Mertens, die in dezelfde branche als Bestebreurtje actief is. Op 5 september 2018 heeft werknemer een WhatsApp-groep aangemaakt op de mobiele telefoon die door zijn nieuwe werkgever aan werknemer was verstrekt. De groep bestaat uit – in ieder geval – 135 deelnemers. Deze deelnemers omvatten klanten van Bestebreurtje, oud-collega’s van werknemer bij Bestebreurtje, nieuwe collega’s van werknemer bij de firma Mertens en personen uit de privékring van werknemer, zoals zijn vriendin, zijn schoonmoeder en kennissen. Per brief van 10 september 2018 van de gemachtigde van Bestebreurtje is werknemer aangeschreven over het bestaan van de WhatsApp-groep. Volgens Bestebreurtje heeft werknemer het geheimhoudingsbeding overtreden door het aanmaken van de WhatsApp-groep en is hij een boete verschuldigd van € 25.000. De toenmalig gemachtigde van werknemer heeft per brief van 17 september 2018 gereageerd. Zij heeft daarbij aangegeven dat de WhatsApp-groep per ongeluk was aangemaakt en dat die groep diezelfde dag nog is verwijderd, zodat de boete niet is verschuldigd. Tussen partijen wordt in de periode van september tot december 2018 verder gecorrespondeerd. Bestebreurtje vordert onder meer dat werknemer zal worden veroordeeld tot het betalen van een bedrag van 25.000 in verband met het geheimhoudingsbeding.
Oordeel
Werknemer bestrijdt dat hij het geheimhoudingsbeding heeft overtreden nu hij de Whatsapp-groep per ongeluk heeft aangemaakt en geen klanten van Bestebreurtje heeft benaderd. Dit verweer gaat niet op. In de arbeidsovereenkomst is namelijk vastgelegd dat werknemer'erkent dat hem door werkgever geheimhouding is opgelegd van alle bijzonderheden werkgevers zaak betreffende of daarmee verband houdende'. De verplichting tot geheimhouding is dus ruim geformuleerd. Een verzameling van data, in dit geval namen en/of logo’s in combinatie met telefoonnummers van klanten van Bestebreurtje, heeft te gelden als een zodanige ‘bijzonderheid’. Dat de groep per vergissing is aangemaakt is niet relevant bij deze afweging. Het is hoe dan ook duidelijk dat werknemer de groep heeft aangemaakt. Dat er geen gevoelige informatie op straat is gekomen, zoals werknemer zegt, wordt niet gevolgd. Door Bestebreurtje is aangetoond dat de WhatsApp-groep voor de uitgenodigde deelnemers zichtbaar blijft, ook al wordt de groep niet actief gebruikt en/of hebben deelnemers de groep inmiddels verlaten of zijn ze uit de groep verwijderd. De verzameling van gegevens blijft dus zichtbaar voor een groep van 135 deelnemers. Ten slotte is er volgens werknemer geen schade opgetreden. Bestebreurtje heeft daar overtuigend tegenover gezet dat het gegeven dat er vanaf september 2018 tot oneindig een dergelijke dataverzameling, die haar bedrijfsvoering aangaat, voor derden beschikbaar is, voor haar schadelijk is. Voorgaande maakt dat de boete in beginsel is verschuldigd. Werknemer heeft een beroep gedaan op matiging van de boete. In dit geval is er sprake van bijzondere omstandigheden. In de eerste plaats neemt de kantonrechter aan dat werknemer de verzameling van deelnemers per ongeluk heeft aangemaakt. Werknemer heeft daarover uitgelegd dat hij niet bekend was met het systeem van zijn nieuwe telefoon, waarmee hij in een pauze zat ‘te klooien’. Werknemer voerde daarbij aan dat hij bij het aanmaken van die groep ook geen belang had omdat het vragen opriep bij zijn nieuwe werkgever, waarbij hij juist net was begonnen. Dat een aantal deelnemers privépersonen zijn in combinatie met het gegeven dat werknemer onmiddellijk na ontdekking is overgegaan tot het – voor zover mogelijk – weer ongedaan maken van de groep, ondersteunt het betoog van werknemer. Een volgende omstandigheid die meeweegt is dat het onduidelijk is wat de omvang van de schade is voor Bestebreurtje. Niet is dus komen vast te staan dat het bestaan van de WhatsApp-groep Bestebreurtje financieel heeft gedupeerd. Ten slotte is mede bepalend dat werknemer een ex-werknemer is, die een gezin heeft te onderhouden en voor wie het financieel bezwaarlijk is om een boete van € 25.000 te betalen. Om deze redenen wordt de boete gematigd tot € 7.000.