Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Enrichment Technology Nederland B.V.
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 12 november 2019
ECLI:NL:RBOVE:2019:4259

werknemer/Enrichment Technology Nederland B.V.

Beëindigingsregeling in Sociaal plan is geen verboden onderscheid op grond van leeftijd of handicap. Beroep op hardheidsclausule slaagt evenmin. De aard van het Sociaal Plan is dat het bedoeld is voor een grote groep gevallen en dat het uit technisch en economisch oogpunt beheersbaar moet blijven.

Feiten

Werknemer, geboren in 1956, is op 1 juni 1980 in dienst getreden van (een rechtsvoorgangster van) Enrichment Technology Nederland B.V. (hierna: ETNL). Hij is laatstelijk werkzaam geweest als measurement specialist II voor 20 uur per week. Naast zijn loon ontving werknemer een WAO-uitkering. Werknemer is lid van de vakbond CNV Vakmensen. In 2012 heeft ETNL besloten tot een grote reorganisatie. Medio 2013 is tussen ETNL enerzijds en de vakbonden FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen en De Unie een Sociaal Plan (hierna: SP) overeengekomen. In artikel 6.2 van het SP is een beëindigingsregeling opgenomen. Artikel 3.6 van het Sociaal Plan geeft een hardheidsclausule, die bepaalt dat ETNL ten gunste van de werknemer zal afwijken van het Sociaal Plan als toepassing ervan in een individueel geval zou leiden tot een onbillijke situatie. In oktober 2014 is tussen partijen een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Per 1 oktober 2017 heeft ETNL de vergoeding van artikel 6.2 onder b van het SP berekend op in totaal € 134.305 bruto. Dat bedrag is op grond van de zogenoemde aftoppingsregeling zoals bedoeld in artikel 6.2 onder c van het SP beperkt tot € 57.976 bruto. ETNL heeft dat bedrag aan werknemer betaald. Werknemer stelt dat ETNL geen beroep toekomt op de aftoppingsregeling, omdat (1) de aftoppingsregeling leidt tot een verboden onderscheid op basis van leeftijd; (2) de regeling tot gevolg heeft dat verboden onderscheid wegens handicap of chronische ziekte wordt gemaakt; (3) werknemer er gelet op mondelinge uitlatingen van ETNL op mocht vertrouwen dat de (fictieve) uitkering ingevolge de IOW buiten beschouwing zou blijven bij de hantering van de aftoppingsregeling. Tevens doet werknemer een beroep op de hardheidsclausule.

Oordeel

Onderscheid wegens leeftijd of wegens handicap/chronisch ziekte?

De conclusie van de kantonrechter is dat het onderscheid naar leeftijd dat het Sociaal Plan maakt objectief gerechtvaardigd is. Het Sociaal Plan heeft als doel het verzachten van de nadelige gevolgen van de reorganisatie voor werknemers die als gevolg van die reorganisatie worden ontslagen. Daarnaast is de kennelijke bedoeling van de aftoppingsregeling om te voorkomen dat de beëindigingsvergoeding hoger is dan de redelijkerwijs te verwachten inkomstenderving tussen ontslagdatum en de verwachte AOW-gerechtigde leeftijd. De kantonrechter neemt aan dat de achterliggende gedachte daarbij mede is geweest de wens het beschikbare budget voor het Sociaal Plan evenwichtig te verdelen over de verschillende groepen werknemers die werden ontslagen. Naar het oordeel van de kantonrechter vormt een en ander een legitiem doel. Het gekozen middel om dat doel te bereiken (de aftoppingsregeling) is naar het oordeel van de (terughoudend toetsende) kantonrechter passend en noodzakelijk. De aftoppingsregeling bereikt dat doel immers op een evenwichtige wijze. De kantonrechter komt tevens tot de conclusie dat het middel van de aftoppingsregeling ook voor wat betreft het indirecte onderscheid naar handicap/chronische ziekte passend en noodzakelijk is. Naar het oordeel van de kantonrechter is de mogelijkheid dat geen IOW-uitkering wordt toegekend inherent aan de aftoppingsregeling en heeft die regeling niet willen differentiëren naar het al dan niet aanspraak hebben van de werknemer op een IOW-uitkering.

Gerechtvaardigd vertrouwen of beroep op hardheidsclausule?

De kantonrechter stelt vast dat het bewijs van de stellingen van werknemer over de feiten die zijn gerechtvaardigd vertrouwen hebben bepaald, niet wordt geleverd met de stukken die in het geding zijn gebracht en dat werknemer uitdrukkelijk niet heeft aangeboden getuigen te laten horen. De reden waarom werknemer geen aanspraak heeft op IOW onderscheidt zich van een aantal andere redenen doordat in zijn geval al op voorhand bekend was dat hij vanwege zijn chronische ziekte WAO-uitkering heeft en houdt en daarom geen aanspraak kan maken op IOW-uitkering. Dat enkele feit is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om met succes een beroep op de hardheidsclausule te kunnen doen. De aard van het Sociaal Plan is immers dat het bedoeld is voor een grote groep gevallen en dat het uit technisch en economisch oogpunt beheersbaar moet blijven. Daarom is het aanvaardbaar dat niet per geval geïndividualiseerd wordt, ook niet als op voorhand duidelijk is dat een geval afwijkt van de meeste andere gevallen.