Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 28 april 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1439
Feiten
Werkneemster is op 1 februari 2012 in dienst getreden bij Cargo Care. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat het ‘Arbeidsvoorwaardenreglement Cargo Care’ deel uitmaakt van de overeenkomst. In 2014 en 2015 heeft werkneemster aanspraak gemaakt op de collectieve loonverhoging uit het Arbeidsvoorwaardenreglement. Deze indexaties zijn aan werkneemster toegekend. In de nieuwsbrief van Cargo Care van maart 2016 staat onder meer dat er een nieuwe versie van het Arbeidsvoorwaardenreglement beschikbaar is en deze versie in samenspraak met en overeenstemming tussen de directie, de Ondernemingsraad en de afdeling HRM is geactualiseerd naar inhoud en wet- en regelgeving. Werkneemster heeft aanspraak gemaakt op de salarisindicatie vanaf 1 januari 2016, maar dat is door Cargo Care geweigerd. Deze zaak gaat over de vraag of werkneemster recht heeft op (eventuele) collectieve jaarlijkse verhogingen van haar salaris vanaf 1 januari 2016. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. Werkneemster is met vijf grieven in hoger beroep gekomen.
Oordeel
Volgens werkneemster dient Cargo Care een zwaarwichtig belang aan te tonen voor wijziging van het Arbeidsvoorwaardenreglement; zij wijst erop dat dit volgt uit de arbeidsovereenkomst in combinatie met het Arbeidsvoorwaardenreglement. Cargo Care meent dat geen sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding, maar een tweezijdig wijzigingsbeding, zodat er geen sprake hoeft te zijn van een zwaarwichtig belang. Partijen verschillen aldus ten eerste van mening hoe bepalingen in de arbeidsovereenkomst en het Arbeidsvoorwaardenreglement moeten worden uitgelegd. Het hof kan uit de bewoordingen van de bepalingen in onderling verband en samenhang beschouwd niet anders concluderen dan dat Cargo Care een zwaarwichtig belang dient aan te tonen in het geval zij het Arbeidsvoorwaardenreglement wenst te wijzigen. De instemming van de OR met een wijziging maakt het voorgaande niet anders, nu het Arbeidsvoorwaardenreglement duidelijk aangeeft dat indien in de arbeidsovereenkomst een andere individuele regeling is overeengekomen deze voorgaat. Dat artikel 9.4 van de arbeidsovereenkomst overeenstemt met artikel 7:613 BW laat onverlet dat partijen dit artikel hebben opgenomen in de specifieke individuele arbeidsovereenkomst. Omstandigheden waaruit zou kunnen volgen dat het de partijbedoeling is geweest om de bepalingen anders uit te leggen zijn gesteld noch gebleken.
Zwaarwichtig belang
Aldus staat het hof nu voor de vraag of er sprake is van een zwaarwichtig belang tot wijziging van het Arbeidsvoorwaardenreglement. In het onderhavige geval betekent de wijziging dat werkneemster niet langer recht zal hebben op indexering van haar salaris. Cargo Care heeft als enig belang aangevoerd dat zij tot een uniform beloningsbeleid wil komen. Zij heeft echter nagelaten dit nader toe te lichten. Bedrijfseconomische noodzaak voor de wijziging is niet gesteld en ook niet gebleken. Het hof is dan ook van oordeel dat het belang van Cargo Care bij wijziging van de arbeidsvoorwaarde ten opzichte van het belang van werkneemster bij ongewijzigde instandhouding van de arbeidsvoorwaarde zodanig zwaarwichtig is, dat het belang van werkneemster op gronden van redelijkheid en billijkheid moet wijken voor het belang van Cargo Care en dat het belang van werkneemster dat door de wijziging wordt geschaad naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet voor het belang van Cargo Care (tot uniformering van haar loonbeleid) hoeft te wijken. De conclusie is dan ook dat de grieven van werkneemster slagen en het hof verklaart voor recht dat werkneemster aanspraak heeft op de jaarlijkse verhoging.