Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 augustus 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:7330
Feiten
Werknemer is op 11 juli 2005 aangesteld bij de PI in de functie van Senior Complexbeveiliger. Werknemer verricht zijn werkzaamheden op een locatie waar een groot aantal gedetineerden gehuisvest zijn met een extreem, hoog of verhoogd risico tot ontvluchting en daarmee een groot maatschappelijk risico. Tevens is in deze inrichting de Terroristenafdeling gehuisvest als gevolg waarvan extra veiligheidsmaatregelen in acht dienen te worden genomen. Werknemer was in de nacht van 4 op 5 februari 2020 ingedeeld op de post CD. Gedurende de nachtdienst is door een medewerker een pizza besteld. Hiervoor is omstreeks 22:45 uur zowel de buitenmuur als de binnendeur geopend om de pizzabezorger toegang te verschaffen tot de inrichting. Het Hoofd Veiligheid heeft vervolgens een intern onderzoek gestart. Werknemer is met ingang van 10 februari 2020 met onmiddellijke ingang geschorst en hem is de toegang tot de dienstonderdelen ontzegd. DJI verzoekt in onderhavige procedure ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens (ernstig) verwijtbaar handelen. DJI heeft hieraan ten grondslag gelegd dat er in de nacht van 4 op 5 februari 2020 meerdere malen gehandeld is op een wijze die indruist tegen de geldende gedragsregels, werkinstructies, het integriteitsbeleid en de protocollen binnen de organisatie en die de veiligheid van de aanwezige collega’s in gevaar had kunnen brengen. Dit alles zou wijzen op (ernstig) plichtsverzuim.
Oordeel
Hoewel door werknemer is betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan dergelijke gedrag, blijkt uit de getoonde camerabeelden onmiskenbaar dat werknemer een stoffer tussen een deur heeft geplaatst en dat hij bij een andere deur het plastic bakje, dat door X is geplaatst, omwisselt voor een schoenborstel. De kantonrechter kan zich op grond van de door DJI overgelegde en ter zitting getoonde camerabeelden niet aan de indruk onttrekken dat, zoals door werknemer aangevoerd, een en ander staande praktijk is, nu te zien is dat X en werknemer zonder enige twijfel of hapering en met een geroutineerd gebaar de deuren openhouden door middel van het plaatsen van voorwerpen en dat zij vervolgens vrij heen en weer lopen. Ook de overgelegde verklaringen wijzen in die richting. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor het standpunt van DJI en haar belang bij strikte handhaving van regels en protocollen binnen een zwaar beveiligde inrichting met een terroristenafdeling, is onvoldoende gebleken dat DJI een strikt (sanctie)beleid naleeft ten aanzien van het openhouden van de tussendeuren en het opheffen van de sluiswerking. Door DJI zijn geen nadere stukken overgelegd waaruit blijkt dat medewerkers expliciet op de regels en de gevolgen van overtreding daarvan zijn geattendeerd, in die zin dat werknemer en zijn collega’s bewust waren van de ontoelaatbaarheid van hun gedrag en dat zij ook een gewaarschuwd mens moeten worden geacht. Het voorgaande geldt eveneens voor het niet volgen van de uniformvoorschriften, het alleen lopen van de controlerondes en het alleen blijven van collega’s in de centrale meldkamer. Voor zover het gaat om de gedragingen die in het bijzonder aan werknemer worden verweten met betrekking tot zijn rol in het pizzaincident, wordt ervan uitgegaan dat deze beperkt is gebleven tot het voorleggen van het verzoek van X aan Y. Het voorgaande neemt niet weg dat goederen ongecontroleerd de inrichting zijn binnengekomen en dat daarmee een veiligheidsrisico in het leven is geroepen. Hoewel werknemer steken heeft laten vallen kan hem naar het oordeel van de kantonrechter niet een zo ernstig verwijt worden gemaakt dat dit een ontbinding op de e-grond kan rechtvaardigen. Verzoek om ontbinding wordt afgewezen.