Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 21 december 2020
ECLI:NL:RBOVE:2020:4497
Feiten
Werknemer is sinds 16 april 1990 in dienst van de Rijksoverheid. Op 1 mei 1997 is werknemer voor onbepaalde tijd als inrichtingsbeveiliger aangesteld bij de Dienst Justitiële Inrichting (DJI). In zijn functieprofiel wordt integriteit als een van de competenties genoemd. Naast de cao Rijk en de Ambtenarenwet zijn ook de Gedragscode Integriteit Rijk en de Gedragscode DJI van toepassing. Bij zijn indiensttreding heeft werknemer de eed afgelegd, waarmee hij heeft verklaard dat hij zich als een goed ambtenaar zal gedragen. Vanaf maart 2020 is Nederland getroffen door het coronavirus. Voorafgaand aan de zomervakantieperiode heeft DJI haar werknemers informatie verstrekt over hoe werknemers moeten omgaan met vakanties naar zogenoemde gele, oranje en rode gebieden. Werknemer had verlof van 22 juli tot en met 15 augustus 2020. Op 12 augustus 2020 heeft telefonisch contact plaatsgevonden tussen werknemer en zijn leidinggevende. Hierbij heeft werknemer verklaard dat hij op dat moment in München was en dat hij enkele Griekse eilanden had bezocht. Voor die gebieden gold op dat moment code geel. Op 16 augustus 2020 heeft werknemer zijn vakantie afgesloten en is hij weer aan het werk gegaan bij DJI. Die avond is twijfel gerezen over de vraag of werknemer tijdens zijn vakantie in een gebied met code oranje (Turkije) is geweest. Werknemers is hier meermaals door verschillende personen mee geconfronteerd, maar heeft ontkennend geantwoord. Ook heeft werknemer meermaals schriftelijk bevestigd dat hij tijdens zijn vakantie enkel in Duitsland en Griekenland is geweest. Meerdere collega’s verklaren echter dat werknemer wel in Turkije is geweest. DJI heeft werknemer daarop gevraagd zijn verklaring te onderbouwen door het versturen van vakantiegegevens. Op 23 augustus 2020 heeft werknemer een ondertekend document aan DJI verstrekt met daarin gegevens van een retourvlucht tussen Düsseldorf en Rhodos. In verband met aanhoudende twijfel over de juistheid van het verhaal van werknemer heeft DJI Bureau Integriteit (BI) ingeschakeld. BI kreeg als opdracht om te onderzoeken in welke landen werknemer tijdens zijn vakantie van 22 juli 2020 tot en met 15 augustus 2020 is geweest. Werknemer heeft zich ziekgemeld. Op 3 september 2020 heeft werknemer ook bij de bedrijfsarts verklaard dat hij tijdens zijn vakantie niet in Turkije is geweest. Op 15 september 2020 heeft werknemer in een gesprek met BI verklaard dat hij tijdens de vakantie wel in Turkije is geweest en dat hij dit voor zijn leidinggevende verzwegen had uit angst dat hij in verband met een verplichte quarantaine over veertien dagen loon zou mislopen. Ook heeft hij toegelicht dat hij de vlieggegevens die hij aan zijn werkgever had overgelegd van internet heeft gehaald en bij het reisbureau heeft laten ondertekenen. DJI verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens ernstig verwijtbaar handelen.
Oordeel
Opzegverbod
De kantonrechter stelt vast dat het opzegverbod wegens ziekte niet in de weg staat aan ontbinding. Er bestaat namelijk geen aanleiding om aan te nemen dat het verzoek tot ontbinding verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van werknemer. Daarbij overweegt de kantonrechter dat werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn handelen, dat heeft geleid tot het onderhavige verzoek tot ontbinding, is ingegeven door zijn gezondheidsklachten.
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst
Werknemer heeft zich niet als een goed ambtenaar gedragen en in strijd met de geldende gedragscodes gehandeld. Allereerst door herhaaldelijk te liegen over zijn verblijf tijdens zijn vakantie. Werknemer heeft tot vijf keer toe in strijd met de waarheid verklaard dat hij in de zomer niet naar Turkije is geweest, maar alleen in Duitsland en Griekenland heeft verbleven. Dit heeft hij gedaan tegenover meerdere leidinggevenden en de bedrijfsarts en hij heeft dit zelfs schriftelijk bevestigd. Hiermee heeft hij in strijd gehandeld met de Gedragscode Integriteit Rijk en met de in de Gedragscode DJI genoemde kernwaarden. Pas nadat hij op 3 september 2020 nog tegenover de bedrijfsarts had volhard in zijn leugen, heeft hij op 4 september 2020 opgebiecht in de zomer wel in Turkije te zijn geweest. Op dat moment had DJI de BI al ingeschakeld om te onderzoeken waar werknemer in de zomer was geweest. Daarnaast heeft werknemer op 23 augustus 2020 zijn leugen ondersteund met het overleggen van een vals document. Naar eigen zeggen is hij zelfs naar het reisbureau gegaan om een document met door hem van internet geviste vluchtgegevens te laten voorzien van een handtekening. Hiermee wilde hij aantonen dat hij in de zomer niet in Turkije is geweest. Dit is ontoelaatbaar. Zoals in de Gedragscode DJI ook uitdrukkelijk is bepaald: het opzettelijk verstrekken van onjuiste of gemanipuleerde informatie wordt niet getolereerd. Hiermee heeft werknemer duidelijk een grens overschreden. De kantonrechter acht het hiervoor beschreven handelen van werknemer zo ernstig en verwijtbaar, dat van DJI niet kan worden gevraagd de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. Werknemer heeft meerdere omstandigheden naar voren gebracht die volgens hem maken dat geen sprake is van verwijtbaar handelen, dan wel dat geoordeeld moet worden dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst disproportioneel is. De kantonrechter heeft deze omstandigheden alle in ogenschouw genomen en meegewogen. Toch wegen de genoemde omstandigheden niet op tegen het ernstige plichtsverzuim waaraan werknemer zich schuldig heeft gemaakt. Daarbij overweegt de kantonrechter dat de gevolgen van zijn handelen voor iedereen voorzienbaar waren voordat hij de verweten handelingen pleegde en toch heeft hem dat er niet van weerhouden. Bovendien heeft de kantonrechter hiervoor al overwogen dat deze gedragingen de kern van integriteit raken die bij zijn functie hoort. Van werknemer wordt als professionele medewerker met ruime ervaring verwacht dat hij ook in situaties van stress andere wegen bewandelt dan het hanteren van leugens en valse documenten. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per heden (21 december 2020) zonder toekenning van de transitievergoeding.