Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stamicarbon B.V.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 12 april 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1186
Aannemelijk is dat de bodemrechter de vaststellingsovereenkomst waarmee de arbeidsovereenkomst is beëindigd zal vernietigen wegens dwaling of misbruik van omstandigheden nu werkgever niet heeft gewezen op de financiële consequenties van beëindiging tijdens ziekte.

Feiten

Werkneemster is op 1 augustus 1989 bij (de rechtsvoorganger van) Stamicarbon B.V. in de functie van Inspection planner in dienst getreden. Op 7 september 2020 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Op 12 augustus 2021 heeft werkneemster de door Stamicarbon opgestelde vaststellingsovereenkomst ondertekend. Voorwaarde voor betaling van de transitievergoeding was dat werkneemster zich beter zou melden, wat zij ook heeft gedaan. Op 23 september 2021 heeft de advocaat van werkneemster aan Stamicarbon kenbaar gemaakt dat werkneemster voornemens is de vaststellingsovereenkomst te vernietigen wegens een wilsgebrek. Diezelfde dag heeft werkneemster zich weer ziek gemeld. Op 1 november 2021 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat werkneemster volledig arbeidsgeschikt is. Op 21 oktober 2021 heeft werkneemster de vaststellingsovereenkomst vernietigd. Werkneemster heeft in eerste aanleg gevorderd dat Stamicarbon weer uitvoering gaat geven aan haar re-integratieverplichtingen, althans (voor zover werkneemster arbeidsgeschikt wordt geacht) haar weer toe te laten tot het verrichten van haar werk. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. Werkneemster vraagt het hof het vonnis te vernietigen en haar vorderingen alsnog toe te wijzen.

Oordeel

Het hof stelt vast dat de belangrijkste reden voor werkneemster om de vaststellingsovereenkomst te tekenen was het niet hoeven ondergaan van het behandeltraject bij HSK dat de bedrijfsarts in gang had gezet. Het hof acht het aannemelijk dat de bodemrechter hierover zal oordelen dat Stamicarbon niet zo stellig had mogen zijn in haar mededeling dat werkneemster ofwel het behandeltraject bij HSK moest volgen ofwel een loonstop zou krijgen. Het hof is van oordeel dat niet zonder meer van werkneemster verlangd kon worden dat zij zich zou laten behandelen door HSK. Niet is onderzocht of dezelfde behandeling bij een andere therapeut kon worden gevolgd en evenmin is aan de orde gesteld om dat eerst te onderzoeken. Volgens Stamicarbon heeft zij met haar voorstel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen juist geprobeerd om te voorkomen dat partijen hierover lijnrecht tegenover elkaar zouden komen te staan. Het hof is van oordeel dat Stamicarbon daarmee over het hoofd heeft gezien dat juist in een situatie van arbeidsongeschiktheid en re-integratie de nodige zorgvuldigheid in acht moet worden genomen, juist vanwege de vergaande verplichtingen en het vervallen van rechten bij het niet voldoen aan re-integratie. Kortom, de door Stamicarbon uitgeoefende druk (de aangekondigde loonstop) was onterecht. Werkneemster kreeg zodanige stress dat zij er een ontsteking in haar maag van had gekregen. Stamicarbon was daarvan op de hoogte. Werkneemster had gevrijwaard moeten blijven van psychische druk, terwijl zij nu juist extra psychische druk heeft ervaren door de opstelling van Stamicarbon. Het hof is verder van oordeel dat Stamicarbon vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap meer informatie had moeten geven over de financiële consequenties van de vaststellingsovereenkomst voor haar pensioen. Het voorlopig oordeel van het hof is dat de vorderingen van werkneemster op grond van dwaling en/of door misbruik van omstandigheden worden toegewezen. Anders dan Stamicarbon heeft aangevoerd is een beroep op vernietiging van een vaststellingsovereenkomst wegens dwaling niet uitgesloten. Een beroep op dwaling kan wel toewijsbaar zijn wanneer ten onrechte relevante informatie niet is gegeven. De belangrijkste reden voor werkneemster om de vaststellingsovereenkomst aan te gaan, was het niet hoeven ondergaan van het behandeltraject bij HSK. Het hof acht het aannemelijk dat werkneemster heeft gedwaald over de inlichtingen van Stamicarbon dat de loonbetaling moest worden gestaakt wanneer werkneemster niet zou meewerken aan het behandeltraject. Misbruik van omstandigheden is bovendien niet uitgesloten. Het hof kan niet ervan uitgaan dat sprake is geweest van een abnormale geestestoestand, maar wel is sprake geweest van een moment waarop werkneemster druk heeft ervaren vanuit het onjuiste idee dat zij het behandeltraject bij HSK moest volgen. Stamicarbon was van die omstandigheden op de hoogte. Stamicarbon had werkneemster ervan moeten weerhouden de vaststellingsovereenkomst aan te gaan. Omdat werkneemster arbeidsgeschikt is verklaard moet zij worden toegelaten tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden. Stamicarbon heeft echter aangevoerd dat dat onmogelijk is omdat die werkzaamheden door een andere persoon worden vervuld. Het hof acht het reëel dat Stamicarbon haar organisatie zo kan aanpassen dat werkneemster binnen vier weken wel haar functie kan verrichten. Daarom zal het hof de dwangsom pas na vier weken verbinden aan het niet naleven van de veroordeling.