Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 7 juni 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:5157
Feiten
Werkneemster is op 1 mei 2018 in dienst getreden bij Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. (hierna: KLM). De werkzaamheden van werkneemster bestaan onder andere uit het afhandelen van vluchten voor KLM Cityhopper (hierna: KLC) en soms uit het verlenen van assistentie bij de afhandeling van KLM-vluchten. Bij de uitvoering van haar werkzaamheden is werkneemster gebonden aan regels en procedures betreffende het omgaan met privacygevoelige gegevens, upgraden en omboeken. Volgens deze regels mogen medewerkers alleen systemen raadplegen als zij daarin uit hoofde van hun taak iets te zoeken hebben en is bij het uitvoeren van een upgrade toestemming van de duty passenger manager vereist. Op 3 januari 2022 zijn bij KLM vermoedens gerezen dat werkneemster frauduleuze handelingen had verricht met betrekking tot het upgraden en omboeken van vijf passagiers (het gezin van de zus van werkneemster). KLM Security Services heeft een onderzoek ingesteld en op 6 januari is werkneemster met behoud van salaris geschorst. Bij e-mail van 10 januari 2022 heeft werkneemster (vergeefs) geprotesteerd tegen de schorsing. KLM Security Services heeft een onderzoeksrapport opgemaakt waarin is opgenomen dat werkneemster op 2 januari het gezin kosteloos heeft ge-upgraded naar businessclass en op 3 januari het gezin kosteloos heeft omgeboekt naar een andere vlucht, beide zonder toestemming van de duty passenger manager. Op 7 februari 2022 heeft KLM een hoor/wederhoorgesprek met werkneemster gevoerd. Werkneemster heeft ontkend dat zij de haar verweten handelingen heeft verricht en verklaard geen wetenschap te hebben gehad van de vlucht van het gezin van haar zus. KLM verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair wegens (ernstig) verwijtbaar handelen van werkneemster (e-grond) en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond).
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond voor ontbinding is. De door werkneemster gevoerde verweren dat zij de uitgevoerde upgrade en omboeking niet zou hebben gedaan worden verworpen. Zo heeft werkneemster niet aannemelijk gemaakt dat zij onvoldoende tijd zou hebben gehad, dat zij de upgrade-procedure van KLM niet kent en dat die procedure niet in 7 minuten kan worden uitgevoerd. Datzelfde geldt voor de omboeking. De kantonrechter gaat ervan uit dat de gegevens uit de systemen waarop het onderzoek van KLM Security Services is gebaseerd juist zijn. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat die gegevens zijn gemanipuleerd. Er is dan ook een aanvullende waarde voor een nieuw/extern onderzoek. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is vast komen te staan dat werkneemster de handelingen die haar door KLM worden verweten heeft verricht. Dit betekent dat zij de tickets van haar zus en haar gezin kosteloos heeft omgeboekt en dat zij tot twee keer toe heeft geprobeerd hen (de eerste keer ten koste van anderen die wel businessclass hadden geboekt) te upgraden. Dit handelen dient naar het oordeel van de kantonrechter als ernstig verwijtbaar handelen te worden aangemerkt. Omdat sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen van werkneemster, ligt herplaatsing binnen een redelijke termijn niet in de rede (art. 7:669 lid 1 BW). De conclusie is dat de kantonrechter het ontbindingsverzoek van KLM zal toewijzen op de daartoe primair daartoe aangevoerde grondslag. Omdat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster, zal haar geen transitievergoeding worden toegekend (art. 7:673 lid 7 onderdeel c BW). De kantonrechter ziet ook geen aanleiding om aan werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen zoals werkneemster heeft verzocht. Van ernstig verwijtbaar handelen van KLM is niet gebleken.