Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkneemster heeft te laat een beroep gedaan op wettelijke bedenktermijn van artikel 7:670b lid 2 BW. De 14-dagentermijn is gaan lopen op het moment dat de gemachtigde van werkneemster namens haar schriftelijk instemde met de vaststellingsovereenkomst ter beƫindiging van het dienstverband.

Feiten

Werkneemster is op 1 november 2018 in dienst getreden bij de stichting Centrum voor Vrijwillige en Professionele Maatschappelijke Dienstverlening (hierna: CVD). CVD heeft een ontbindingsverzoek ingediend. De zitting op 22 februari 2024 is niet doorgegaan op verzoek van partijen, omdat zij in gesprek waren over een regeling. CVD heeft werkneemster een vaststellingsovereenkomst aangeboden. In die overeenkomst is werkneemster gewezen op de wettelijke bedenktermijn van veertien dagen. Op 20 februari 2024 is werkneemster ondubbelzinnig en zonder het maken van een voorbehoud akkoord gegaan met tekst en inhoud van de overeenkomst. Werkneemster heeft op 6 maart 2024 een beroep gedaan op de bedenktermijn en de vaststellingsovereenkomst toen willen ontbinden. Op 30 april 2024 heeft alsnog een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarna de kantonrechter mondeling uitspraak heeft gedaan.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat de bedenktermijn van artikel 7:670b lid 2 BW op 20 februari 2024 is gaan lopen. Werkneemster heeft op 6 maart 2024 een beroep gedaan op de bedenktermijn. Dat is te laat, want buiten de termijn van veertien dagen. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam uit 2016 (zie AR 2016-0123), waar werkneemster een beroep op doet, is in de beginperiode van de Wet werk en zekerheid gewezen. In die uitspraak is geoordeeld dat de wettelijke bedenktermijn van veertien dagen pas gaat lopen op het moment dat werkneemster haar handtekening zet. Dat is in deze zaak op 22 februari 2024 gebeurd. Het is inmiddels echter vaste rechtspraak dat de bedenktermijn gaat lopen op het moment dat (de gemachtigde van) werkneemster schriftelijk akkoord gaat. Dat is in deze zaak dus op 20 februari 2024 gebeurd. De arbeidsovereenkomst is dan ook geëindigd met de vaststellingsovereenkomst. CVD is daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek.