Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 9 oktober 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:6033
Feiten
Werkneemster is op 1 april 2005 in dienst getreden bij G-Star Raw CV (hierna: G-Star) als medewerkster credit control. Op 1 februari 2024 heeft G-Star toestemming aan het UWV gevraagd om de arbeidsovereenkomst van werkneemster wegens bedrijfseconomische redenen op te zeggen. Het UWV heeft die toestemming geweigerd. In de onderhavige zaak heeft G-Star verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de a- en subsidiair de g-grond. Ter zitting hebben partijen overleg gehad en heeft G-Star de ontbinding op de i-grond verzocht. Werkneemster verzet zich niet tegen toewijzing van het ontbindingsverzoek op de i-grond. Werkneemster verzoekt daarbij een transitie-, cumulatie- en billijke vergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu partijen het eens zijn over een ontbinding op de i-grond, wordt die verzochte ontbinding toegewezen. Naast de transitievergoeding wordt aan werkneemster de aanvullende vergoeding toegekend, ter hoogte van het wettelijk maximum, zijnde de helft van de transitievergoeding. Ten aanzien van de verzochte billijke vergoeding wordt het volgende geoordeeld. Vanwege het gedrag dat G-Star heeft vertoond ten opzichte van werkneemster is een ontbinding welhaast onvermijdelijk gebleken. Het ernstig verwijtbaar handelen van G-Star is gelegen in hoe zij is omgegaan met de weigering van het UWV om een ontslagvergunning te verlenen. Werkneemster werkt al bijna 20 jaar voor G-Star. Uit niets blijkt dat werkneemster eerder is aangesproken op haar gedrag: haar beoordelingsgesprekverslagen zijn positief van toon. Sinds de ontslagvergunning is geweigerd, doet G-Star haar best om dit beeld te doen kantelen. G-Star verwijt werkneemster nare opmerkingen naar collega’s te maken, negatief te zijn en slecht te reageren op kritiek en veranderingen. De kantonrechter kan zich, na bestudering van het dossier, niet aan de indruk onttrekken dat G-Star halsstarrig heeft vastgehouden aan de wens om werkneemster te laten vertrekken. Ongeacht of er een kern van waarheid in de kritiek zit, past het een goed werkgever niet om een werknemer zo te bejegenen, zeker niet na een dienstverband van 20 jaar zonder eerdere aanmerkingen. Door plotseling met ernstige beschuldigingen te komen handelt G-Star ernstig verwijtbaar. Niet is gebleken dat G-Star een fatsoenlijk herplaatsingsgesprek heeft gehad met werkneemster. Er wordt een billijke vergoeding van € 25.000 toegekend. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat werkneemster vermoedelijk binnen redelijke termijn ander werk vindt, en met de hoogte van de transitie- en cumulatievergoeding. De wettelijke rente over de billijke vergoeding wordt toegewezen. G-Star wordt veroordeeld in de proceskosten.