Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/de Staat der Nederlanden
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 27 september 2024
ECLI:NL:RBOBR:2024:5086
Vordering tot wedertewerkstelling in kort geding afgewezen, omdat de arbeidsovereenkomst – in een gelijktijdig aanhangig gemaakte procedure – is ontbonden. De loonvordering wordt ook afgewezen, omdat het niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van werknemer komt. Hij weigerde zonder goede reden een redelijk voorstel van werkgever tot overplaatsing naar een andere locatie.

Feiten

Op 8 juli 2024 heeft de Staat der Nederlanden (hierna: DJI) een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen ingediend. Werknemer heeft verweer gevoerd. Op 27 september 2024 heeft de kantonrechter een beschikking gegeven. Werknemer verzoekt wedertewerkstelling in zijn eigen functie in de PI Vught en doorbetaling van het loon.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Wedertewerkstelling

Het verweer dat er geen sprake is van een spoedeisend belang, omdat werknemer de loonstop (met ingang van 24 juni 2024) volgens DJI aan zichzelf heeft te wijten, wordt verworpen. Werknemer heeft immers voldoende onderbouwd dat hij voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van zijn loon. Hij heeft er dan ook belang bij zijn (loon)vordering en daarmee de gegrondheid van de loonstop in dit kort geding aan de kantonrechter voor te leggen. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven. In de beschikking van 27 september 2024 heeft de kantonrechter echter beslist dat de arbeidsovereenkomst per 1 november 2024 wordt ontbonden vanwege verwijtbaar handelen van werknemer. Aan dat oordeel heeft de kantonrechter (mede) ten grondslag gelegd dat werknemer ten onrechte heeft geweigerd gehoor te geven aan een redelijk voorstel van DJI tot overplaatsing naar de PI Dordrecht, omdat hij zijn functie niet langer kan uitvoeren in de PI Vught. De vordering tot wedertewerkstelling in de PI Vught zal om die reden worden afgewezen.

Loonvordering

De loonvordering met nevenvorderingen wordt ook afgewezen. Het niet verrichten van de overeengekomen arbeid komt in redelijkheid voor zijn rekening, omdat werknemer zijn functie als gevolg van verwijtbaar handelen niet langer kan uitvoeren in de PI Vught en een redelijk voorstel tot overplaatsing naar de PI Dordrecht ten onrechte heeft geweigerd. Gelet op de aard van de zaak is er aanleiding om de kosten van deze procedure te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.