Naar boven ↑

Rechtspraak

de ondernemingsraad van Nalco Netherlands BV/Nalco Neterhlands BV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 november 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:5232

de ondernemingsraad van Nalco Netherlands BV/Nalco Neterhlands BV

De ondernemer heeft bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid kunnen komen tot het besluit tot sluiting van een van de afdelingen in Delden. Er bestond reeds ten tijde van de adviesaanvraag geen ruimte meer voor heroverweging van reeds door het Key Consultation team verworpen alternatieven.

Op 1 juli 2016 heeft Nalco Netherlands BV (hierna: Nalco) aan haar ondernemingsraad (hierna: OR) advies gevraagd over de voorgenomen sluiting van een van de afdelingen van de vestiging in Delden. Op dezelfde dag als de adviesaanvraag heeft Nalco het voorgenomen besluit door middel van een PowerPoint-presentatie aan de ondernemingsraad kenbaar gemaakt en onmiddellijk daarna aan de werknemers van Nalco te Delden. Op 15 augustus 2016 heeft de OR zijn advies gegeven. De OR heeft in dit advies het standpunt ingenomen dat Nalco de OR te laat heeft betrokken bij het proces. Op 18 augustus 2016 hebben Nalco en de ondernemingsraad verder overleg gepleegd over een sociaal plan. De ondernemingsraad heeft Nalco vervolgens op 24 augustus 2016 bericht dat de vakbonden de onderhandelingen over het sociaal plan zouden overnemen. Op 26 augustus 2016 heeft Nalco haar besluit genomen. Door de ondernemingsraad aangedragen alternatieven worden niet overgenomen. De OR verzoekt de Ondernemingskamer (hierna: OK) te oordelen dat Nalco bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het genomen besluit, Nalco de verplichting op te leggen dat besluit in te trekken en de gevolgen daarvan openbaar te maken en Nalco te verbieden handelingen te verrichten ter uitvoering van het besluit.

De OK oordeelt als volgt. Ter beantwoording van de vraag of Nalco in redelijkheid tot haar besluit van 26 augustus 2016 heeft kunnen komen, speelt mede een rol hoe Nalco heeft gehandeld in de fase voorafgaand aan de adviesaanvraag op 1 juli 2016. Het voorgenomen besluit is zeer ingrijpend van aard; het betreft de sluiting van de gehele RD&E afdeling in Delden, met als gevolg dat de daar werkzame personen boventallig worden verklaard. Kenmerkend is voorts dat het besluit op (internationaal) groepsniveau is voorbereid. Nalco is onderdeel van een internationaal concern, Ecolab, en het voorgenomen besluit maakt deel uit van de door de divisie Energy Services van Ecolab voor ogen staande internationale strategie. Dit maakt de medezeggenschap complex. Op Nalco rust de verplichting de medezeggenschap zorgvuldig vorm te geven opdat deze daadwerkelijk van invloed kan zijn op het te nemen besluit. In het onderhavige geval brengt dit mee dat van Nalco gevergd had kunnen worden de ondernemingsraad in een eerder stadium bij de besluitvorming te betrekken. Zodra sluiting van de locatie Delden een aannemelijk scenario werd, had Nalco met de ondernemingsraad in overleg dienen te treden over het adviestraject. Niet het moment waarop de sluiting als business case was uitgewerkt, maar het moment waarop die richting zich als een voldoende reële optie aftekende, was het moment geweest voor een overleg als bedoeld in artikel 24 lid 1 WOR, althans voor een informeel overleg over de inrichting van het adviestraject. Bedoeld moment voor overleg heeft zich al vóór 1 juli 2016 voorgedaan. Het feit dat Nalco het voorschrift van artikel 24 WOR niet heeft nageleefd en ook overigens overleg heeft nagelaten, is in het traject daarna niet geheeld. Uit de reactie van Nalco op het advies van de ondernemingsraad volgt namelijk dat de besluitvorming binnen het concern op 1 juli 2016 al in een zodanig stadium verkeerde dat de ondernemingsraad daarop geen wezenlijke invloed meer kon uitoefenen. Volgens de verklaring van X zou er ruimte zijn geweest om in te gaan op niet eerder geopperde alternatieven, maar waren de door de ondernemingsraad aangedragen alternatieven al voorafgaand aan de adviesaanvraag bekeken en verworpen. Dat betekent dat de daadwerkelijke besluitvorming zich in feite al in die fase heeft afgespeeld en dat de mogelijkheid voor de ondernemingsraad om wezenlijke invloed op de besluitvorming te hebben te beperkt was. Er bestond reeds ten tijde van de adviesaanvraag geen ruimte meer voor heroverweging van reeds door het Key Consultation team verworpen alternatieven, ook niet op basis van de specifieke door de ondernemingsraad aangedragen argumenten.

De slotsom luidt dat Nalco bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 26 augustus 2016. Het verzoek van de ondernemingsraad zal worden toegewezen.