Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 oktober 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:8144
werknemer/Egis Parking Services B.V.
Feiten
Het gaat in deze zaak om de vraag of werknemer op 27 juni 2016 terecht op staande voet is ontslagen. In de eerdere beschikking van 9 november 2016 is overwogen dat met de zijdens Egis ingebrachte stukken voorshands is komen vast te staan dat werknemer de gedragingen, die Egis aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd, heeft gepleegd. Daarvoor is redengevend geacht dat de verklaringen van getuige 1 en getuige 2 qua weergave van de feiten met elkaar overeenkomen en dat de kantonrechter geen reden heeft om aan de juistheid ervan te twijfelen. Omdat werknemer de zijdens Egis geschetste gang van zaken gemotiveerd betwistte, heeft de kantonrechter, hoewel werknemer geen bewijs van zijn stellingen had bijgebracht of aangeboden, hem toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
Oordeel
Geoordeeld wordt dat werknemer niet in het leveren van tegenbewijs is geslaagd. Met name volgt uit alle stukken, feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, niet dat werknemer niet getuige 1, maar getuige 1 werknemer heeft bedreigd, zoals werknemer steeds heeft gesteld. Overwogen wordt daartoe als volgt. Werknemer heeft drie getuigen voorgebracht: zichzelf (partijgetuige), getuige 3 en getuige 2. Bij het waarheidsgehalte van de verklaring van getuige 3 zijn dusdanige vraagtekens te plaatsen, dat deze niet door de kantonrechter zal worden gebruikt. Niet alleen hebben twee andere getuigen – getuige 1 en getuige 2 – getuige 3 niet in de bewuste ruimte gezien, maar ook doet de officiële tekening van (de vluchtroutes in) de ruimte blijken dat vanuit de plek waar getuige 3 stond (bij de wc), hij de gebeurtenissen niet gezien kan hebben. Daarnaast wordt de verklaring van getuige 3 omtrent de mogelijkheid zich tegenover getuige 4 uit te spreken, door twee andere verklaringen (van getuige 5 en van getuige 4) gemotiveerd weersproken. Tot slot heeft getuige 3 verklaard dat hij de dag voor het getuigenverhoor met werknemer en diens gemachtigde uitgebreid heeft doorgesproken wat hij zou zeggen. Daarmee ligt een zeker inkleuring van zijn verklaring op de loer. Getuige 2, opgeroepen door werknemer, verklaart daarentegen in lijn met getuige 1, opgeroepen door Egis. Zowel de verklaring van getuige 2 als die van getuige 1 komen de kantonrechter geloofwaardig voor. Nu de voorshandse beoordeling van de kantonrechter niet is ontzenuwd, is de lezing van de gebeurtenissen op 22 juni 2016 zijdens Egis komen vast te staan. Die gebeurtenissen kwalificeren als voldoende reden voor een ontslag op staande voet.