Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 november 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:8671
werkneemster/NRC Media B.V. en Wayne Parker Kent B.V.
Feiten
Werkneemster is per 1 februari 2015 bij NRC Media in dienst getreden ten behoeve van Mindshakes. Bij brief van 16 december 2015 heeft NRC Media werkneemster bericht dat zij het dienstverband met ingang van 1 januari 2016 voor bepaalde tijd wilde verlengen tot en met 30 november 2016. Hierin is tevens opgenomen dat indien de directie van NRC Media besluit om de activiteit Mindshakes te continueren na november 2016 de arbeidsovereenkomst verlengd zal worden voor onbepaalde tijd. In 2015 en 2016 heeft Mindshakes (aanzienlijk) verlies geleden. De directie van NRC Media heeft in de loop van oktober 2016 besloten dat de verliezen te veel opliepen en dat Mindshakes zou worden gestopt. Bij brief met datum 19 oktober 2016 heeft NRC Media werkneemster bericht dat haar arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op 30 november 2016. Werkneemster heeft zich op het standpunt gesteld dat nu Mindshakes na 1 december 2016 c.q. pas in december 2016 zou stoppen, zij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden zou moeten krijgen. NRC Media heeft de activiteiten van Mindshakes per 30 november 2016 (om niet) overgedragen aan WPK. WPK heeft het platform c.q. de activiteiten met ingang van 1 december 2016 tot medio januari 2017 voortgezet. Daarna is Mindshakes gestaakt. Bij brief van 9 februari 2017 heeft NRC Media werkneemster bericht dat voor zover het dienstverband niet reeds was geëindigd wegens het tijdsverloop, dan wel door de aanzegging van 19 oktober 2016 die ook een opzegging zou zijn, werkneemster op staande voet werd ontslagen, op grond van de in die brief genoemde dringende reden. Bij dagvaarding heeft werkneemster een vordering jegens NRC Media en WPK ingesteld. Bij verzoekschrift heeft werkneemster de kantonrechter onder meer verzocht het ontslag op staande voet van 9 februari 2017 te vernietigen. De zaken zijn tegelijk mondeling behandeld. In reconventie vorderen NRC Media en WPK veroordeling van werkneemster tot betaling van het bedrag van € 12.100 nu zij een kansloze procedure is gestart.
Oordeel
Dat werkneemster erop bedacht moest zijn dat de brief ook een opzegging (zonder instemming of zonder toestemming) inhield kan de kantonrechter alleen al door het tijdsverloop (tussen 19 oktober 2016 en 30 november 2016) niet inzien. Daarmee kwalificeert de aanzegging van NRC Media dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigde niet ook als een opzegging. Dit betekent dat de vervaltermijn van twee maanden niet van toepassing is en dat werkneemster ontvankelijk is in haar verzoek. De vraag is dus of de voorwaarde is vervuld. Door werkneemster is onvoldoende gesteld en onderbouwd om te concluderen dat de directie van NRC Media heeft besloten Mindshakes voort te zetten na 30 november 2016. Uit de ingebrachte stukken blijkt juist dat de directie van NRC Media heeft besloten Mindshakes stop te zetten en dat WPK, voor eigen rekening, zonder bemoeienis van NRC Media en met eigen middelen, Mindshakes korte tijd heeft voortgezet na 30 november 2016. Het enkele feit dat de naam Mindshakes door WPK (tijdelijk) is voortgezet is niet voldoende; volgens de toezegging moet Mindshakes zijn voortgezet als gevolg van een besluit van de directie van NRC Media en door NRC Media. Dat is niet gebleken. Dit alles brengt mee dat de voorwaarde niet is vervuld en dat dus het dienstverband van werkneemster van rechtswege is geëindigd op 30 november 2016. Werkneemster heeft nog gesteld dat zij door overgang van onderneming op 30 november 2016 bij WPK in dienst is getreden en dat zij derhalve een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met NRC Media. Deze stelling kan de kantonrechter niet volgen. Subsidiair heeft werkneemster gevorderd dat NRC Media en WPK hoofdelijk worden veroordeeld tot het opmaken en uitbetalen van de eindafrekening van het dienstverband. Aangezien NRC Media de vorderingen van werkneemster inhoudelijk onbetwist heeft gelaten, zal de subsidiaire vordering van werkneemster ten aanzien van de vakantiedagen, het vakantiegeld en de onkosten ad € 444,24 worden toegewezen. Voor een hoofdelijke veroordeling van WPK ziet de kantonrechter geen aanleiding; WPK heeft met het dienstverband niets te maken gehad. Over de reconventie wordt geoordeeld als volgt. Anders dan NRC Media en WPK stellen is de vordering van werkneemster niet dusdanig kansloos, dat van misbruik van procesrecht en dus onrechtmatige daad sprake is. Werkneemster heeft immers het recht om de vervulling van de voorwaarde ter toetsing aan de kantonrechter voor te leggen.