Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemsters/Vérian Care & Clean B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 1 december 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:10539

werkneemsters/Vérian Care & Clean B.V.

Zorgmedewerksters hebben geen recht op transitievergoeding. Gebondenheid aan cao. Uitleg incorporatiebeding. Aanspraak op wachtgeld gaat voor op recht op transitievergoeding.

Gebondenheid cao

(Vervolg AR 2017-0645.) Het hof heeft in rechtsoverweging 5.16 van de tussenbeschikking overwogen dat wanneer komt vast te staan dat FNV Zorg en Welzijn geen partij was bij de cao VVT 2016-2018, werkneemsters niet gebonden zijn aan deze cao, ook al zijn zij lid van FNV Zorg en Welzijn. Op grond van de schriftelijke berichten van partijen staat vast dat FNV Zorg en Welzijn geen partij was bij de cao VVT 2016-2018, zodat werkneemsters niet op grond van artikel 9 Wet CAO aan deze cao gebonden zijn. Werkneemsters zijn evenmin gebonden aan de cao VVT 2016-2018 op grond van de door het hof gegeven uitleg in de tussenbeschikking van het in hun arbeidsovereenkomst opgenomen incorporatiebeding, aangezien op grond van de schriftelijke berichten vaststaat dat de cao VVT 2016-2018 na het einde van het dienstverband van partijen is aangegaan. Aangezien voorts vaststaat dat de cao transitievergoeding VVT een looptijd had van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016, stuit de eventuele gebondenheid van werkneemsters aan deze cao af op artikel 9 Wet CAO en op de uitleg van het incorporatiebeding.

Wachtgeld gaat voor op transitievergoeding

Voor de beoordeling van de vraag of werkneemsters aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding is alleen de cao VVT 2014-2016 van belang. Vérian was als lid van ActiZ gebonden aan deze cao. Werkneemsters waren op grond van hun lidmaatschap van FNV Zorg en Welzijn en op grond van het in hun arbeidsovereenkomst opgenomen incorporatiebeding eveneens gebonden aan deze cao en zij konden rechten ontlenen aan de in deze cao vóór 1 juli 2015 gemaakte (collectieve) afspraken. Het enkele feit dat de looptijd van de cao VVT 2014-2016 op 31 maart 2016 van rechtswege was verstreken, betekent niet dat de in deze cao vastgelegde afspraken zijn komen te vervallen. Deze cao had nawerking, althans is stilzwijgend verlengd tot het moment waarop de cao-partijen de cao VVT 2016-2018 en de cao transitievergoeding VVT zijn aangegaan. Daarmee gaat de in de cao VVT 2014-2016 omschreven aanspraak op wachtgeld vóór het recht van werkneemsters op een transitievergoeding, zodat Vérian geen transitievergoeding verschuldigd is aan werkneemsters. Het beroep van werkneemsters op artikel 6:248 lid 2 BW, het goed werkgeverschap en onrechtmatige daad wordt verworpen. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot toekenning van een transitievergoeding wordt afgewezen.