Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting MIES/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19 december 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:5303

Stichting MIES/werknemer

Beëindigen slaapdienstvergoeding in geld terecht (nadat werkgever slaapdiensten per abuis zowel in tijd als geld heeft gecompenseerd), omdat dubbele vergoeding in strijd is met cao. Terugvorderen van in het verleden te veel betaalde vergoedingen is echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Feiten

Werknemer is sinds 1 februari 2011 als Cliënt Begeleider bij MIES werkzaam. In de arbeidsovereenkomst is de cao Gehandicaptenzorg van toepassing verklaard. Artikel 7:19 van de cao bepaalt dat uren doorgebracht in (nacht)aanwezigheidsdiensten (partijen zijn het erover eens dat slaapdiensten daaronder vallen) als halve werkuren worden aangemerkt, dat die uren in tijd worden gecompenseerd en dat op verzoek van de werknemer vergoeding in geld (overeenkomstig het geldende uurloon) kan plaatsvinden. In november 2015 heeft MIES werknemer en negentien andere werknemers, die slaapdiensten verrichtten, bericht dat zij een fout had gemaakt bij het honoreren van de slaapdiensten omdat zij de slaapdiensten zowel in geld had uitbetaald als in tijd had gecompenseerd. Naar aanleiding van het vonnis in eerste aanleg heeft MIES de wijze van honoreren van slaapdiensten van vóór 1 november 2015 met terugwerkende kracht tot die datum hervat (compenseren én uitbetalen). De kantonrechter heeft een deel van de vorderingen toegewezen – kort gezegd inhoudende dat MIES de slaapdienstvergoedingen niet mag verrekenen, dat reeds verrekende vergoedingen alsnog moeten worden uitgekeerd en dat hierover wettelijke verhoging en rente dient te worden betaald – zij het dat de wettelijke verhoging is beperkt tot 20%.

Oordeel

Het geschil tussen partijen betreft in de eerste plaats de vraag of MIES gehouden is de slaapdiensten van werknemer zowel in tijd te compenseren als uit te betalen, zoals werknemer stelt maar MIES betwist. Het hof overweegt als volgt. Artikel 13:3 lid 1 van de cao bepaalt, zoals MIES terecht heeft aangevoerd, dat de cao een standaard-cao is, dat van de bepalingen in de cao alleen mag worden afgeweken indien de cao-regeling dat toestaat en aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan en dat afwijkingen van de cao nietig zijn. De vergoeding voor slaapdiensten (aanwezigheidsdiensten) is in de cao (in art. 7:19) geregeld. Het zowel compenseren van de helft van de in een slaapdienst gewerkte uren in tijd als het uitbetalen in geld van de helft van de gewerkte uren, zoals MIES tot 1 november 2015 heeft gedaan, is daarom in strijd met het ter zake in de cao bepaalde. Dat brengt mee dat werknemer over de tijdvakken dat de cao algemeen verbindend was verklaard geen recht had op een slaapdienstvergoeding die hoger was dan uit het bepaalde in de cao voortvloeit. Voor de tijdvakken dat de cao niet algemeen verbindend was verklaard, geldt dat het partijen mogelijk vrij stond expliciet van de cao afwijkende afspraken te maken over de vergoeding van slaapdiensten. Niet gebleken is evenwel dat zij dat hebben gedaan. Het vooroverwogene leidt tot de conclusie dat MIES gerechtigd was de slaapdienstvergoedingen in geld te beëindigen toen zij ontdekte dat zij dubbel betaalde, zoals zij heeft gedaan. De vordering MIES te veroordelen de slaapdiensten ook na 1 november 2015 te blijven betalen wordt dus alsnog afgewezen (vordering sub b). De subsidiaire vordering te bepalen dat de slaapdienstvergoeding in termijnen moet worden afgebouwd (vordering sub c) is evenmin toewijsbaar. De vordering sub a, die een verbod tot terugvordering of verrekening van vóór 1 november 2015 betaalde slaapdienstvergoeding betreft, is wel toewijsbaar. De desbetreffende vergoedingen zijn weliswaar onverschuldigd betaald (voor zover werknemer in het totaal (in tijd en geld) meer heeft ontvangen dan een half uur per in slaapdienst doorgebracht uur) maar het hof acht het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat werknemer hetgeen zij tot 1 november 2015 ter zake van slaapdienstvergoeding heeft ontvangen zou moeten terugbetalen. Dat is anders voor het door MIES vanaf 1 november 2015 te veel betaalde ter zake van slaapdiensten. De vordering van MIES werknemer te veroordelen al hetgeen MIES ter voldoening van het vonnis heeft betaald terug te betalen is daarom toewijsbaar.