Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 30 mei 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:4451
Mecra Limited/TBB, Bpf Bouw, FNV en Bouwend Nederland
Feiten
Mecra (voorheen Rimec), Rimec Works en Rimec Empresa zijn internationale uitzendbureaus. Zij behoren tot het ARG Works Limited-concern. TBB is een stichting die toeziet op correcte naleving van de CAO Bouwnijverheid en de CAO BTER. Mecra sluit op 24 mei 2012 een dienstverleningsovereenkomst met Avenue2. Avenue2 werkt in Maastricht aan de bouw van de Koning Willem-Alexandertunnel in de snelweg A2. Mecra verplicht zich daarbij om arbeidskrachten ter beschikking te stellen aan Avenue2. Mecra stelt vervolgens zelf Poolse en Engelse werknemers en via Rimec Works en Rimec Empresa Portugese werknemers ter beschikking. Deze werknemers verrichten werkzaamheden op grond van een ‘overeenkomst voor tijdelijk werk’. In de arbeidsovereenkomsten is een rechtskeuze gemaakt voor Engels respectievelijk Portugees recht. De (meeste) Portugese werknemers sluiten een overeenkomst met Atop en zijn op grond daarvan aan Atop maandelijks € 968,75 verschuldigd voor huisvesting. Dit bedrag wordt ingehouden op hun loon en rechtstreeks aan Atop voldaan. De huurprijs voor de woningen, die op de nominatie staan om te worden gesloopt, bedraagt € 350 per maand. Voornoemde leidt tot verscheidene uitlatingen in de media, waarin wordt gesproken over arbeidsuitbuiting en mensenhandel. Als gevolg hiervan stelt de Expertcommissie A2 Maastricht een onderzoek in, maar komt tot de conclusie dat, hoewel de kosten voor huisvesting vanuit maatschappelijk oogpunt te hoog zijn, van aanwijzingen die wijzen op arbeidsuitbuiting en mensenhandel niet is gebleken. Vervolgens entameert TBB een onderzoek naar de toepasselijkheid van de (algemeen verbindend verklaarde) CAO Bouwnijverheid en in het bijzonder naar artikel 55 van die cao (betreffende verblijfskosten). Op 24 februari 2014 maakt Avenue2 bekend dat zij aan de Portugese werknemers een nabetaling zal doen. De overeenkomst waarin deze nabetaling is opgenomen bevat een ‘waiver’ ten aanzien van alle overige vorderingen van deze werknemers. De Poolse werknemers zijn niet gecompenseerd. Bedrijfstakpensioenfonds Bpf Bouw legt een naslag op ten aanzien van niet-betaalde pensioenpremies. In eerste aanleg veroordeelt de kantonrechter Mecra onder andere tot toepassing van de CAO Bouwnijverheid, het overleggen van gegevens met betrekking tot de arbeidsovereenkomsten, het medewerken aan het onderzoek van TBB betreffende het werkingssfeeronderzoek van de cao, het doen van nabetalingen aan de ter beschikking gestelde arbeidskrachten voor zover zij daar recht op hebben en, ten slotte, tot het betalen van achterstallige pensioenpremies. Mecra gaat vervolgens in hoger beroep. Zij stelt zich op het standpunt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is ten aanzien van de geschillen en dat Nederlands recht niet van toepassing is. Als gevolg is volgens haar ook de CAO Bouwnijverheid niet van toepassing.
Oordeel
Volgens het hof komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe nu alle gedaagde partijen in Nederland zijn gevestigd respectievelijk wonen. De vraag welk recht op de arbeidsovereenkomsten van toepassing is en of de CAO Bouwnijverheid en de CAO BTER van toepassing zijn moet worden beantwoord aan de hand van de Rome I-Verordening. Het hof zet vervolgens de toepassingsvoorwaarden van artikel 8 Rome I-Vo. uiteen. Voor de vraag of een arbeidsovereenkomst nauwer verbonden is met een ander land dan het land van het recht waarnaar artikel 8 lid 1 tot en met 3 verwijst, zijn belangrijke omstandigheden onder andere de criteria betreffende de vaststelling van het salaris en de andere arbeidsvoorwaarden. Het hof vervolgt dat uit de uiteenzetting volgt dat de vaststelling van het op de met de uitgeleende werknemers gesloten arbeidsovereenkomsten toepasselijke recht plaatsvindt op basis van de inhoud van de individuele arbeidsovereenkomsten en dat daarbij rekening moet worden gehouden met het geheel van omstandigheden dat de werkzaamheid van de desbetreffende werknemer kenmerkt. Het hof dient voor de beantwoording van de vraag welk recht op de arbeidsovereenkomsten van toepassing is te beschikken over de individuele arbeidsovereenkomsten van de zeventig Poolse en 42 Portugese werknemers. Ook dient het hof te worden ingelicht over de omstandigheden die de werkzaamheid van de individuele werknemers kenmerken en over het arbeidsverleden van de betreffende werknemers direct voorafgaand en aansluitend aan de door hen verrichte werkzaamheden aan het A2-project. Dit laatste om te bepalen of sprake is van tijdelijke arbeid in de zin van de Rome I-Verordening. Het hof dient te slotte op de hoogte te worden gesteld van factoring voor de aanknoping bij een recht waarmee de arbeidsovereenkomst van de werknemers nauwer is verbonden. Het hof stelt Mecra in de gelegenheid deze gegevens in het geding te brengen.