Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 27 februari 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:822

werknemer/werkgeefster

Het werknemerschap van werknemer eindigde met onmiddellijke ingang en als uitzendkracht in fase 1 eindigde daarmee ook het recht op loondoorbetaling bij ziekte.

Feiten

Partijen hebben met elkaar een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd van 13 mei 2014 tot 9 november 2014 gesloten. Op de uitzendovereenkomst is de NBBU-cao van toepassing. Bij brief van 5 augustus 2014 is aan werknemer medegedeeld dat zijn contract per 4 augustus 2014 wordt beëindigd, omdat er geen werk meer voor hem is. Bij brief van 8 november 2014 heeft werknemer onder meer aan werkgeefster bericht dat hij zich op 30 juli 2014 ziek heeft gemeld en sindsdien geen loon meer heeft ontvangen. Werknemer heeft in eerste aanleg onder meer loondoorbetaling gevorderd, alsmede voor recht te verklaren dat werkgeefster aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval en de daaruit voortvloeiende schade, nader op te maken bij staat. De rechtbank heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Volgens werknemer is de opdracht niet ingetrokken, noch is het werk weggevallen. Het hof neemt voor de beoordeling tot uitgangpunt dat tussen partijen niet in geschil is dat werknemer in ieder geval na 4 augustus 2014 geen werkzaamheden voor de opdrachtgever/inlener heeft verricht. Met de vermelde artikelen van de uitzendovereenkomst in samenhang met de cao-bepalingen is, zo stelt het hof vast, in overeenstemming met artikel 7:628 lid 5 en lid 7 (oud) BW op rechtsgeldige wijze afgeweken van artikel 7:628 lid 1 BW. Dat betekent, nu volgens artikel 1 van de uitzendovereenkomst het uitzendbeding in deze (fase 1) uitzendovereenkomst niet van toepassing is, er sprake is van uitsluiting van de loondoorbetalingsverplichting wanneer het werk wegvalt en daardoor geen werkzaamheden meer worden verricht. Voor zover aangenomen zou worden dat, zoals door werknemer (ook) gesteld, de beëindiging van de inlening door de opdrachtgever/inlener plaatsvond omdat hij arbeidsongeschikt was geworden (als gevolg van het door hem gestelde bedrijfsongeval), vloeit daaruit, gelet op de aard van de uitzendovereenkomst, evenmin een loon(door)betalingsverplichting voort. Er was immers, zoals blijkt uit artikel 3 van de arbeidsovereenkomst, geen (minimum)aantal arbeidsuren overeengekomen, anders gezegd, geen naar tijdruimte bepaald loon overeengekomen. Daarmee voldeed de overeenkomst niet aan het vereiste in artikel 25 van de NBBU-cao voor loondoorbetaling bij ziekte, naar de kantonrechter met juistheid heeft vastgesteld. Waar de uitzendovereenkomst met ingang van 4 augustus 2014 werd beëindigd, bestond voor werknemer ook geen aanspraak op loondoorbetaling bij ziekte ingevolge artikel 7:629 BW; het werknemerschap van werknemer eindigde met onmiddellijke ingang en als uitzendkracht in fase 1 daarmee het recht op loondoorbetaling bij ziekte. Volgens werknemer heeft hij, doelend op het bedrijfsongeval, blijvend zwaar rugletsel dat naast immateriële schade zal leiden tot toekomstige materiële schade wegens inkomstenderving. De behandeltijd van het rugletsel neemt al meer dan een half jaar in beslag. Voorts moet, aldus werknemer, de economische kwetsbaarheid in aanmerking worden genomen. Werknemer is, gezien zijn opleidingsniveau, afhankelijk van 'handen'-arbeid. Werkgeefster heeft aangevoerd dat werknemer op de gestelde ongevalsdatum in het geheel niet heeft gewerkt. Het hof stelt vast dat de door werknemer verstrekte medische informatie uiterst summier is; er is slechts een uittreksel uit de huisartsenstatus overgelegd. Dit uittreksel roept bovendien eerder vragen op dan dat het de stelling van werknemer dat hij 'blijvend zwaar rugletsel' heeft opgelopen onderbouwt. Bij de stand van zaken als hiervoor geschetst heeft werknemer zijn stellingen onvoldoende onderbouwd en het verweer dat hij die dag niet heeft gewerkt onvoldoende gemotiveerd weersproken. Enig letsel (als gevolg van een bedrijfsongeval) is niet geconcretiseerd en er is ook niet van gebleken. Dientengevolge geleden of te lijden schade is niet aannemelijk geworden.